Nominal Forms
Infinitive - Onbepaalde wijs: verslijten
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: verslijtend
Past participle - Verleden deelwoord: versleten
Cognates
-
Indicative - Aantonende wijs
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
| ik | verslijt |
| jij | verslijt |
| hij | verslijt |
| wij | verslijten |
| jullie | verslijten |
| zij | verslijten |
Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
| ik | heb versleten |
| jij | hebt versleten |
| hij | heeft versleten |
| wij | hebben versleten |
| jullie | hebben versleten |
| zij | hebben versleten |
Past
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
| ik | versleet |
| jij | versleet |
| hij | versleet |
| wij | versleten |
| jullie | versleten |
| zij | versleten |
Past Perfect
Voltooid verleden tijd [v v t]
| ik | had versleten |
| jij | had versleten |
| hij | had versleten |
| wij | hadden versleten |
| jullie | hadden versleten |
| zij | hadden versleten |
Future
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
| ik | zal verslijten |
| jij | zult verslijten |
| hij | zal verslijten |
| wij | zullen verslijten |
| jullie | zullen verslijten |
| zij | zullen verslijten |
Future Perfect
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
| ik | zal versleten hebben |
| jij | zult versleten hebben |
| hij | zal versleten hebben |
| wij | zullen versleten hebben |
| jullie | zullen versleten hebben |
| zij | zullen versleten hebben |
Conditional
Imperfect
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
| ik | zou verslijten |
| jij | zou verslijten |
| hij | zou verslijten |
| wij | zouden verslijten |
| jullie | zouden verslijten |
| zij | zouden verslijten |
Perfect
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
| ik | zou versleten hebben |
| jij | zou versleten hebben |
| hij | zou versleten hebben |
| wij | zouden versleten hebben |
| jullie | zouden versleten hebben |
| zij | zouden versleten hebben |
Imperative - Gebiedende wijs
Verbs conjugated like 'verslijten'
bijten,
krijten,
kwijten,
ontbijten,
rijten,
schijten,
slijten,
smijten,
spijten,
splijten,
verslijten,
verwijten,
wijten,
Verbs similar to 'verslijten'
verblijven,
verlijden,
verslinden,
verwijten,
overblijven,
overlijden,
slijten,
verblinden,
verdrieten,
verdrijven,
Translations
chafe, to be worn by rubbing
Sample Sentences
-
[...] te beploegen, noch eene spade of schop om dien om te spitten. Dit overwon ik door eene houten spade te maken; maar schoon hare vervaardiging mij vele dagen kostte, was zij niet alleen veel spoediger versleten dan eene ijzeren, maar het werken er mede ook veel zwaarder en slechter. Ik deed het er echter mede, zoo goed als ik kon. Toen het koorn gezaaid was, had ik geen eg om het land te eggen, maar moest [...]
(Robinson Crusoe)
-
Ik was hier nu zoo lang geweest, dat verscheidene zaken, die ik aan wal had gebragt of geheel versleten of gebruikt waren. Mijne inkt bijvoorbeeld was geheel verbruikt, sedert eenigen tijd, op een weinig na, dat ik zoo dikwijls met water had aangelengd, tot hij zoo bleek was, dat men hem naauwelijks [...]
(Robinson Crusoe)
-
Mijne kleederen begonnen jammerlijk te verslijten. Ik had geen linnen meer dan eenige oude hemden, die ik in de kisten van andere matrozen had gevonden, en die ik zorgvuldig bewaarde, omdat ik dikwijls niets anders dragen kon dan een hemd, en het [...]
(Robinson Crusoe)
-
Te dien einde besloot ik eens schouwing te houden van al de lappen, die ik over had, en die ik mijne garderobe noemde. Al mijne kamizolen waren versleten, ik trachtte dus anderen te maken van de groote jassen, die ik had. Ik ging dus aan het kleedermaken of liever lappen. Het ging echter nog al dragelijk; maar de broeken, die ik alstoen maakte, zagen [...]
(Robinson Crusoe)
Etymology
From ver- + slijten.
Verbs referencing "verslijten"
German, old spelling
verschleißen.
Additional Information