verdelen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of verdelen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: verdelen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: verdelend
Past participle - Verleden deelwoord: verdeeld

Cognates

See the 2 cognates of verdelen

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikverdeel
jijverdeelt
hijverdeelt
wijverdelen
jullieverdelen
zijverdelen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb verdeeld
jijhebt verdeeld
hijheeft verdeeld
wijhebben verdeeld
julliehebben verdeeld
zijhebben verdeeld

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikverdeelde
jijverdeelde
hijverdeelde
wijverdeelden
jullieverdeelden
zijverdeelden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad verdeeld
jijhad verdeeld
hijhad verdeeld
wijhadden verdeeld
julliehadden verdeeld
zijhadden verdeeld

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal verdelen
jijzult verdelen
hijzal verdelen
wijzullen verdelen
julliezullen verdelen
zijzullen verdelen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal verdeeld hebben
jijzult verdeeld hebben
hijzal verdeeld hebben
wijzullen verdeeld hebben
julliezullen verdeeld hebben
zijzullen verdeeld hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou verdelen
jijzou verdelen
hijzou verdelen
wijzouden verdelen
julliezouden verdelen
zijzouden verdelen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou verdeeld hebben
jijzou verdeeld hebben
hijzou verdeeld hebben
wijzouden verdeeld hebben
julliezouden verdeeld hebben
zijzouden verdeeld hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijverdeel

Translations

  • allot, to assign
  • break, to divide (money) into smaller units
  • cut, to intersect dividing into half
  • deal, to administer in portions
  • dispense, to issue, distribute, or give out
  • distribute, to divide into portions and dispense
  • distribute, to apportion
  • divide, split into two or more parts
  • impart, to give a part or share
  • partition, to divide something parts
  • partition, to divide into territories
  • split, share out
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    opdelen
    splitsen
    distribueren
    uitdelen

    Sample Sentences

    • [...] houden, dat het eene het andere niet kon aansteken. Ik bragt hiermede veertien dagen door; en mijn kruid, dat ongeveer 140 [ lb = gewicht ] zal bedragen hebben, had ik toen in wel honderd partijen verdeeld. Van het vaatje, dat nat geweest was, vreesde ik geenerlei gevaar, dus plaatste ik het in mijn nieuwen kelder, dien ik goedvond mijn keuken te noemen, en het overige verborg ik hier en daar in [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] Lissabon kwam. Wat er in overgebleven was, hadden de ratten opgegeten, en ik zag niets in den zak dan stof en vuilnis, en daar ik het zakje wilde gebruiken (ik denk om kruid in te doen, dat ik toen verdeelde, uit vrees voor den bliksem ) schudde ik den zak uit, aan de eene zijde van mijne schans onder de rots. (Robinson Crusoe)
    • [...] godsdienstig gestemd was, had ik vergeten den zevenden dag door eene langere kerf op te teekenen, zoo dat ik niet wist welke dag het was. Nu ik echter vond, dat ik daar een jaar geweest was, verdeelde ik dit in weken en rekende elken zevenden dag voor een zondag; schoon ik bij het einde mijner rekening vond, dat ik een paar dagen verloren had. Kort daarop begon de inkt mij te ontbreken, en ik [...] (Robinson Crusoe)
    • Ik vond thans dat de jaargetijden hier niet, als in Europa, in zomer en winter, maar in het regenachtige en drooge jaargetij verdeeld moesten worden; als volgt: (Robinson Crusoe)
    • [...] ik den lezer niet met zulk een uitvoerig verslag van mijn arbeid als in het eerste jaar lastig gevallen heb, kan ik over het algemeen aanmerken, dat ik zelden ledig was, daar ik regelmatig mijn tijd verdeelde. Eerstelijk bad ik God en las eenigen tijd in den Bijbel, een gezetten tijd driemalen daags; vervolgens ging ik met mijn geweer uit om voedsel te zoeken, hetwelk mij gewoonlijk drie uren elken [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] (dien ik beter had kunnen aanwenden ) in te overwegen hoe ik de volgende maal, dat ik hen zag, hen zou overvallen en aantasten, vooral als zij, gelijk de laatste maal het geval was, in twee partijen verdeeld zouden zijn. Ik bedacht echter niet, dat zoo ik de eene week een troep doodde, ik de volgende week of maand een tweeden kon moeten doodslaan, en zoo voorts tot in het oneindige, tot ik eindelijk [...] (Robinson Crusoe)
    • Voorts verdeelde ik het eiland onder hen, doch behield den eigendom van het geheel voor mij, en na alles met hen geschikt en hen verzocht te hebben het eiland niet te verlaten, verliet ik hen. (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Proto-Germanic *fradailijaną, equivalent to ver- + delen. Cognate with German verteilen, Old English fordǣlan. See: Proto-Germanic '*fradailijaną', German, old spelling 'verteilen'.

    Verbs referencing "verdelen"

    German, old spelling verteilen, Luxembourgish verdeelen.

    Additional Information