vergaren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of vergaren

The word "vergaren" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: vergaren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: vergarend
Past participle - Verleden deelwoord: vergaard

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikvergaar
jijvergaart
hijvergaart
wijvergaren
jullievergaren
zijvergaren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb vergaard
jijhebt vergaard
hijheeft vergaard
wijhebben vergaard
julliehebben vergaard
zijhebben vergaard

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikvergaarde
jijvergaarde
hijvergaarde
wijvergaarden
jullievergaarden
zijvergaarden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad vergaard
jijhad vergaard
hijhad vergaard
wijhadden vergaard
julliehadden vergaard
zijhadden vergaard

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal vergaren
jijzult vergaren
hijzal vergaren
wijzullen vergaren
julliezullen vergaren
zijzullen vergaren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal vergaard hebben
jijzult vergaard hebben
hijzal vergaard hebben
wijzullen vergaard hebben
julliezullen vergaard hebben
zijzullen vergaard hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou vergaren
jijzou vergaren
hijzou vergaren
wijzouden vergaren
julliezouden vergaren
zijzouden vergaren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou vergaard hebben
jijzou vergaard hebben
hijzou vergaard hebben
wijzouden vergaard hebben
julliezouden vergaard hebben
zijzouden vergaard hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijvergaar

Verbs similar to 'vergaren'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

From ver- + garen (“gather”).

Additional Information