vermaken – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of vermaken

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: vermaken
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: vermakend
Past participle - Verleden deelwoord: vermaakt

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikvermaak
jijvermaakt
hijvermaakt
wijvermaken
jullievermaken
zijvermaken

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb vermaakt
jijhebt vermaakt
hijheeft vermaakt
wijhebben vermaakt
julliehebben vermaakt
zijhebben vermaakt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikvermaakte
jijvermaakte
hijvermaakte
wijvermaakten
jullievermaakten
zijvermaakten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad vermaakt
jijhad vermaakt
hijhad vermaakt
wijhadden vermaakt
julliehadden vermaakt
zijhadden vermaakt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal vermaken
jijzult vermaken
hijzal vermaken
wijzullen vermaken
julliezullen vermaken
zijzullen vermaken

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal vermaakt hebben
jijzult vermaakt hebben
hijzal vermaakt hebben
wijzullen vermaakt hebben
julliezullen vermaakt hebben
zijzullen vermaakt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou vermaken
jijzou vermaken
hijzou vermaken
wijzouden vermaken
julliezouden vermaken
zijzouden vermaken

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou vermaakt hebben
jijzou vermaakt hebben
hijzou vermaakt hebben
wijzouden vermaakt hebben
julliezouden vermaakt hebben
zijzouden vermaakt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijvermaak

Translations

  • entertain, to amuse
  • will, to bequeath
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    amuseren
    bezighouden

    Sample Sentences

    • [...] ging hij een paar malen ' s weeks en meer, als het goed weder was, met de scheepspinas op de reede visschen. Hij nam dan altijd mij en een jongen Moor mede om te roeijen; wij trachtten dan hem te vermaken, en daar ik behendig en gelukkig in het visschen was, zond hij mij somtijds, als hij visch verlangde, met een zijner bloedverwanten en den knaap op de vischvangst uit. (Robinson Crusoe)
    • [...] mede heen, omdat het meerendeels in het regensaizoen was, waarin ik weinig kon uitgaan. Binnen ' s huis vond ik, als het regende en ik niet kon uitgaan, altijd bezigheid genoeg, en onder het werk vermaakte ik mij met tot mijn papegaai te praten en hem te leeren spreken. Spoedig leerde ik hem zijn eigen naam uitspreken: Koo, hetwelk het eerste woord was, dat op het eiland door een anderen mond dan den [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] weêrhielden mij zeven jaren lang hiervan, gedurende welken tijd ik twee neven, kinderen van een mijner broeders, naar mij nam. De oudste, die eenig vermogen bezat, voedde ik als een heer op, en vermaakte hem een deel van mijne bezittingen; den jongste gaf ik aan een scheepskapitein mede, en toen hij na vijf jaren een knap, bedaard en ondernemend jongman was, plaatste ik hem op een schip als [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch vermaken. Equivalent to ver- + maken.

    Additional Information