Nominal Forms
Infinitive - Onbepaalde wijs: doorstaan
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: doorstaand
Past participle - Verleden deelwoord: doorstaan
Cognates
-
Indicative - Aantonende wijs
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
| ik | doorsta |
| jij | doorstaat |
| hij | doorstaat |
| wij | doorstaan |
| jullie | doorstaan |
| zij | doorstaan |
Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
| ik | heb doorstaan |
| jij | hebt doorstaan |
| hij | heeft doorstaan |
| wij | hebben doorstaan |
| jullie | hebben doorstaan |
| zij | hebben doorstaan |
Past
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
| ik | doorstond |
| jij | doorstond |
| hij | doorstond |
| wij | doorstonden |
| jullie | doorstonden |
| zij | doorstonden |
Past Perfect
Voltooid verleden tijd [v v t]
| ik | had doorstaan |
| jij | had doorstaan |
| hij | had doorstaan |
| wij | hadden doorstaan |
| jullie | hadden doorstaan |
| zij | hadden doorstaan |
Future
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
| ik | zal doorstaan |
| jij | zult doorstaan |
| hij | zal doorstaan |
| wij | zullen doorstaan |
| jullie | zullen doorstaan |
| zij | zullen doorstaan |
Future Perfect
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
| ik | zal doorstaan hebben |
| jij | zult doorstaan hebben |
| hij | zal doorstaan hebben |
| wij | zullen doorstaan hebben |
| jullie | zullen doorstaan hebben |
| zij | zullen doorstaan hebben |
Conditional
Imperfect
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
| ik | zou doorstaan |
| jij | zou doorstaan |
| hij | zou doorstaan |
| wij | zouden doorstaan |
| jullie | zouden doorstaan |
| zij | zouden doorstaan |
Perfect
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
| ik | zou doorstaan hebben |
| jij | zou doorstaan hebben |
| hij | zou doorstaan hebben |
| wij | zouden doorstaan hebben |
| jullie | zouden doorstaan hebben |
| zij | zouden doorstaan hebben |
Imperative - Gebiedende wijs
Verbs conjugated like 'doorstaan'
aanstaan,
achterstaan,
afstaan,
bestaan,
bijstaan,
doorstaan,
gelijkstaan,
instaan,
ontstaan,
openstaan,
opstaan,
staan,
stilstaan,
terechtstaan,
toestaan,
uitstaan,
vaststaan,
verstaan,
vrijstaan,
weerstaan, etc. (List truncated at 20 verbs)
Verbs similar to 'doorstaan'
doodslaan,
doorgaan,
ontstaan,
opstaan,
toestaan,
verstaan,
voorgaan,
weerstaan,
aanstaan,
afstaan,
Translations
abide, endure without yielding
endure, to suffer
stand, to undergo; withstand; hold up
weather, to endure an event
Sample Sentences
-
[...] eene zoo volkomene overwinning behaald, als een jongeling, die van deszelfs vermaningen ontslagen wenscht te zijn, slechts kon verlangen. Evenwel moest ik van dien kant nog een anderen aanval doorstaan, en gelijk gewoonlijk in zulke gevallen geschiedt, wilde de Voorzienigheid mij alle verontschuldigingen benemen; want zoo ik de genade des Hemels niet wilde erkennen in den afloop van de voorgaande [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] de kanoe, en of wij mogten verwachten hen te zien terugkeeren met eene overmagt, die wij niet zouden kunnen wederstaan. Zijne eerste meening was, dat de wilden nimmer den storm zouden hebben kunnen doorstaan, die des avonds, nadat zij vertrokken waren, was opgestoken, maar dat zij noodwendig verdronken of zuidwaarts verder op de kust moesten geslagen zijn, en dan zouden zij even zeker geslagt worden. [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] aan boord hadden gehad, die door hen van een ander wrak gered waren; dat bij het vergaan van hun schip vijf man van hun eigen volk verdronken waren, en dat de geredden onnoemelijke gevaren hadden doorgestaan, en half dood van honger op de Kannibaalsche kust gekomen waren, waar zij verwachtten elk oogenblik vermoord te zullen worden.
(Robinson Crusoe)
-
[...] ik verheugd was dit te hooren, daar ik tot bijkans twee uren in den morgen er op had zitten wachten. Na het sein gehoord te hebben, begaf ik mij te rust, en daar ik dien dag vele vermoeijenissen had doorgestaan, sliep ik zeer vast tot ik door een geweerschot gewekt werd, en op de been springende, hoorde ik iemand mij roepen: " gouverneur ! gouverneur ! " en herkende de stem van den kapitein, die den heuvel [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] aftogt voor ons zag, hield ik mij voor verloren, en liever dan weder het gebergte over te trekken, zou ik duizend mijlen ter zee afleggen, al wist ik ook, dat ik alle weken een storm zou moeten doorstaan.
(Robinson Crusoe)
Etymology
From door- + staan.
Verbs referencing "doorstaan"
German, old spelling
durchstehen.
Additional Information