toegeven – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of toegeven

The word "toegeven" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: toegeven
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: toegevend
Past participle - Verleden deelwoord: toegeefd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikgeef toe
jijgeeft toe
hijgeeft toe
wijgeven toe
julliegeven toe
zijgeven toe

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb toegeefd
jijhebt toegeefd
hijheeft toegeefd
wijhebben toegeefd
julliehebben toegeefd
zijhebben toegeefd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikgeefde toe
jijgeefde toe
hijgeefde toe
wijgeefden toe
julliegeefden toe
zijgeefden toe

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad toegeefd
jijhad toegeefd
hijhad toegeefd
wijhadden toegeefd
julliehadden toegeefd
zijhadden toegeefd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal toegeven
jijzult toegeven
hijzal toegeven
wijzullen toegeven
julliezullen toegeven
zijzullen toegeven

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal toegeefd hebben
jijzult toegeefd hebben
hijzal toegeefd hebben
wijzullen toegeefd hebben
julliezullen toegeefd hebben
zijzullen toegeefd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou toegeven
jijzou toegeven
hijzou toegeven
wijzouden toegeven
julliezouden toegeven
zijzouden toegeven

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou toegeefd hebben
jijzou toegeefd hebben
hijzou toegeefd hebben
wijzouden toegeefd hebben
julliezouden toegeefd hebben
zijzouden toegeefd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijgeef toe

Verbs conjugated like 'toegeven'

aandraven, aaneenkleven, aanschaven, afroven, afschaven, afsloven, beleven, beloven, beroven, beschaven, beven, dichtreven, doven, draven, geloven, kleven, kloven, laven, leven, loven, etc. (List truncated at 20 verbs)

Verbs similar to 'toegeven'

Translations

  • admit, to concede as true
  • budge, to yield in opinion
  • concede, to admit to be true
  • grant, To admit as true what is not yet satisfactorily proved; to yield belief to; to allow; to yield; to concede
  • humour, to pacify by indulging
  • indulge, to yield to a temptation
  • submit, yield or give way to another
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    • Ik moet toegeven dat je gelijk hebt. (I have to admit that you're right.)
    • Ze wilde niet toegeven dat ze een fout had gemaakt. (She didn't want to admit that she made a mistake.)
    • Hij gaf toe te snel te hebben gereden. (He admitted to driving too fast.)
    • De partij moest toegeven na felle onderhandelingen. (The party had to concede after fierce negotiations.)
    • Hij wilde niet toegeven op dat punt. (He didn't want to concede on that point.)
    • Ondanks hun sterke inspanningen, moesten ze toegeven dat het andere team beter was. (Despite their strong efforts, they had to concede that the other team was better.)

    Etymology

    From toe (“towards”) + geven (“to give”).

    Additional Information