schaven – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of schaven

The word "schaven" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: schaven
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: schavend
Past participle - Verleden deelwoord: geschaafd

Cognates

See the 6 cognates of schaven

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikschaaf
jijschaaft
hijschaaft
wijschaven
jullieschaven
zijschaven

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geschaafd
jijhebt geschaafd
hijheeft geschaafd
wijhebben geschaafd
julliehebben geschaafd
zijhebben geschaafd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikschaafde
jijschaafde
hijschaafde
wijschaafden
jullieschaafden
zijschaafden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geschaafd
jijhad geschaafd
hijhad geschaafd
wijhadden geschaafd
julliehadden geschaafd
zijhadden geschaafd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal schaven
jijzult schaven
hijzal schaven
wijzullen schaven
julliezullen schaven
zijzullen schaven

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geschaafd hebben
jijzult geschaafd hebben
hijzal geschaafd hebben
wijzullen geschaafd hebben
julliezullen geschaafd hebben
zijzullen geschaafd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou schaven
jijzou schaven
hijzou schaven
wijzouden schaven
julliezouden schaven
zijzouden schaven

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geschaafd hebben
jijzou geschaafd hebben
hijzou geschaafd hebben
wijzouden geschaafd hebben
julliezouden geschaafd hebben
zijzouden geschaafd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijschaaf

Verbs conjugated like 'schaven'

aandraven, aaneenkleven, aanschaven, afroven, afschaven, afsloven, beleven, beloven, beroven, beschaven, beven, dichtreven, doven, draven, geloven, kleven, kloven, laven, leven, loven, etc. (List truncated at 20 verbs)

Verbs similar to 'schaven'

Translations

  • gall, to chafe
  • plane, to smooth with a plane
  • skin, to injure the skin of
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    From Middle Dutch schāven, from Old Dutch *skavan, from Proto-West Germanic *skaban, from Proto-Germanic *skabaną. See: Proto-Germanic '*skabaną'.

    Verbs referencing "schaven"

    English shave, German, old spelling schaben.

    Additional Information