Nominal Forms
Infinitive - Onbepaalde wijs: nagaan
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: nagaand
Past participle - Verleden deelwoord: nagegaan
Cognates
-
Indicative - Aantonende wijs
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
| ik | ga na |
| jij | gaat na |
| hij | gaat na |
| wij | gaan na |
| jullie | gaan na |
| zij | gaan na |
Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
| ik | ben nagegaan |
| jij | bent nagegaan |
| hij | is nagegaan |
| wij | zijn nagegaan |
| jullie | zijn nagegaan |
| zij | zijn nagegaan |
Past
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
| ik | ging na |
| jij | ging na |
| hij | ging na |
| wij | gingen na |
| jullie | gingen na |
| zij | gingen na |
Past Perfect
Voltooid verleden tijd [v v t]
| ik | was nagegaan |
| jij | was nagegaan |
| hij | was nagegaan |
| wij | waren nagegaan |
| jullie | waren nagegaan |
| zij | waren nagegaan |
Future
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
| ik | zal nagaan |
| jij | zult nagaan |
| hij | zal nagaan |
| wij | zullen nagaan |
| jullie | zullen nagaan |
| zij | zullen nagaan |
Future Perfect
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
| ik | zal nagegaan zijn |
| jij | zult nagegaan zijn |
| hij | zal nagegaan zijn |
| wij | zullen nagegaan zijn |
| jullie | zullen nagegaan zijn |
| zij | zullen nagegaan zijn |
Conditional
Imperfect
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
| ik | zou nagaan |
| jij | zou nagaan |
| hij | zou nagaan |
| wij | zouden nagaan |
| jullie | zouden nagaan |
| zij | zouden nagaan |
Perfect
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
| ik | zou nagegaan zijn |
| jij | zou nagegaan zijn |
| hij | zou nagegaan zijn |
| wij | zouden nagegaan zijn |
| jullie | zouden nagegaan zijn |
| zij | zouden nagegaan zijn |
Imperative - Gebiedende wijs
Verbs conjugated like 'nagaan'
aangaan,
achtergaan,
achternagaan,
achteruitgaan,
afgaan,
begaan,
doorgaan,
gaan,
heengaan,
ingaan,
nagaan,
omgaan,
ondergaan,
ontgaan,
opgaan,
overgaan,
rondgaan,
toegaan,
uitgaan,
vergaan, etc. (List truncated at 20 verbs)
Verbs similar to 'nagaan'
aangaan,
afgaan,
begaan,
gaan,
ingaan,
naslaan,
omgaan,
ontgaan,
opgaan,
inslaan,
Translations
Sample Sentences
-
[...] schepselen zulke barbaarschheid toeliet, ja, dat beneden het beestachtige was, van namelijk zijns gelijken te verslinden. Doch dit bleef bij eenige vruchtelooze bespiegelingen, maar bragt mij op het nagaan in welk deel der wereld deze rampzaligen leefden, hoe ver de kust was vanwaar zij kwamen, waarom zij zich zoo ver van huis begaven, en waarom ik het niet zoo ver kon brengen, dat ik in staat was [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] boomen, die ik voor ons werk geschikt achtte, en zette Vrijdag en zijn vader aan het vellen daarvan, en dan liet ik den Spanjaard, wien ik mijne gedachten daaromtrent mededeelde, hun werk nagaan en bestieren. Ik wees hem met wat onvermoeiden arbeid ik zware boomen tot planken had gekapt, en liet hem hetzelfde verrigten, tot zij ongeveer een dozijn eikenhouten planken bijeen hadden, van [...]
(Robinson Crusoe)
Etymology
From Middle Dutch nagaen, from Old Dutch nāgān, from Proto-West Germanic *nāhwagān. Equivalent to na (“after”) + gaan (“to go”). Cognate with German nachgehen. See: German, old spelling '
nachgehen'.
Verbs referencing "nagaan"
German, old spelling
nachgehen.
Additional Information