Nominal Forms
Infinitive - Onbepaalde wijs: uitgaan
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: uitgaand
Past participle - Verleden deelwoord: uitgegaan
Indicative - Aantonende wijs
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
| ik | ga uit |
| jij | gaat uit |
| hij | gaat uit |
| wij | gaan uit |
| jullie | gaan uit |
| zij | gaan uit |
Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
| ik | ben uitgegaan |
| jij | bent uitgegaan |
| hij | is uitgegaan |
| wij | zijn uitgegaan |
| jullie | zijn uitgegaan |
| zij | zijn uitgegaan |
Past
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
| ik | ging uit |
| jij | ging uit |
| hij | ging uit |
| wij | gingen uit |
| jullie | gingen uit |
| zij | gingen uit |
Past Perfect
Voltooid verleden tijd [v v t]
| ik | was uitgegaan |
| jij | was uitgegaan |
| hij | was uitgegaan |
| wij | waren uitgegaan |
| jullie | waren uitgegaan |
| zij | waren uitgegaan |
Future
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
| ik | zal uitgaan |
| jij | zult uitgaan |
| hij | zal uitgaan |
| wij | zullen uitgaan |
| jullie | zullen uitgaan |
| zij | zullen uitgaan |
Future Perfect
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
| ik | zal uitgegaan zijn |
| jij | zult uitgegaan zijn |
| hij | zal uitgegaan zijn |
| wij | zullen uitgegaan zijn |
| jullie | zullen uitgegaan zijn |
| zij | zullen uitgegaan zijn |
Conditional
Imperfect
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
| ik | zou uitgaan |
| jij | zou uitgaan |
| hij | zou uitgaan |
| wij | zouden uitgaan |
| jullie | zouden uitgaan |
| zij | zouden uitgaan |
Perfect
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
| ik | zou uitgegaan zijn |
| jij | zou uitgegaan zijn |
| hij | zou uitgegaan zijn |
| wij | zouden uitgegaan zijn |
| jullie | zouden uitgegaan zijn |
| zij | zouden uitgegaan zijn |
Imperative - Gebiedende wijs
Verbs conjugated like 'uitgaan'
aangaan,
achtergaan,
achternagaan,
achteruitgaan,
afgaan,
begaan,
doorgaan,
gaan,
heengaan,
ingaan,
nagaan,
omgaan,
ondergaan,
ontgaan,
opgaan,
overgaan,
rondgaan,
toegaan,
uitgaan,
vergaan, etc. (List truncated at 20 verbs)
Verbs similar to 'uitgaan'
ingaan,
ontgaan,
uitstaan,
aangaan,
afgaan,
begaan,
gaan,
nagaan,
omgaan,
opgaan,
Translations
Synonyms & Antonyms
Synonyms
- uitlopen
- verlaten
Sample Sentences
-
Met deze boot gingen wij dikwijls uit visschen, en daar ik zeer bedreven er in was, nam hij mij altijd mede. Op zekeren dag zou ik er mede uitgaan, hetzij om te visschen of alleen tot vermaak, met twee of drie Mooren van eenigen rang. Hij had derhalve den vorigen avond veel meer mondbehoeften dan gewoonlijk aan boord gezonden, en mij gelast [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] als buiten mijne zinnen was. Toen de avond viel, begon ik met een bezwaard hart te bedenken wat mijn lot zou zijn, als er in dit land verscheurende dieren waren; omdat deze altijd des nachts op roof uitgaan.
(Robinson Crusoe)
-
[...] geweer uit, zoowel tot mijne uitspanning, als om te zien of ik iets schieten kon, dat eetbaar was, en, zooveel ik kon, mij bekend te maken met wat het eiland opleverde. De eerste maal dat ik thans uitging, ontdekte ik, dat er geiten op het eiland waren, hetgeen mij veel genoegen deed; er was echter een ongeluk bij, dat zij namelijk zoo schuw, zoo scherp van gezigt en reuk, en zoo snel ter been waren, [...]
(Robinson Crusoe)
-
24 December. Het regent den geheelen nacht en dag, zoodat ik niet kan uitgaan.
(Robinson Crusoe)
-
28, 29 en 30 December. Zware hitte en geen wind, zoodat ik niet naar buiten kon, dan tegen den avond op wild uitgaan. Dezen tijd bragt ik door met in mijne huishouding alles in orde te brengen.
(Robinson Crusoe)
-
[...] toen en naderhand altijd zeer spaarzaam deed, wetende dat ik, als deze op was, geen meer kon bekomen. Den geheelen dag en een groot deel van den nacht bleef het doorregenen, zoodat ik niet kon uitgaan; maar van mijne ontsteltenis bekomen, dacht ik na over hetgeen mij thans te doen stond. Als dit eiland aan aardbevingen onderhevig was, kon ik niet in den kelder blijven wonen; maar moest ik een [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] een stuk geitenvleesch en braadde dit, maar ik kon er slechts weinig van eten. Ik ging naar buiten, maar was zeer zwak en neêrslagtig en kon naauwelijks mijn geweer dragen, zonder hetwelk ik nimmer uitging. Ik liep dus niet ver, maar ging op eene hoogte zitten, en zag naar de zee, die kalm en effen voor mij lag. Terwijl ik hier zat kwamen de volgende denkbeelden bij mij op. Wat is deze aarde en zee [...]
(Robinson Crusoe)
-
Van den 14 tot den 26 Augustus regende het onophoudelijk, zoodat ik niet kon uitgaan; want ik was thans zeer bezorgd niet nat te worden. Terwijl ik aldus opgesloten was, werd mijn voedsel schraal; doch tweemaal waagde ik het buiten te gaan, en den eersten dag doodde ik eene geit, en [...]
(Robinson Crusoe)
-
Vroeger, als ik uitging om te jagen of het land te onderzoeken, kon mijn jammer over mijn toestand eensklaps losbarsten, en mijn hart bezweek schier als ik dacht aan de bosschen, bergen en woestijnen, waarin ik mij bevond, [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] te hebben, die slechts weinig herstelling zou behoeven. Hoezeer dit werk niet zwaar was, gingen er echter drie maanden mede heen, omdat het meerendeels in het regensaizoen was, waarin ik weinig kon uitgaan. Binnen ' s huis vond ik, als het regende en ik niet kon uitgaan, altijd bezigheid genoeg, en onder het werk vermaakte ik mij met tot mijn papegaai te praten en hem te leeren spreken. Spoedig [...]
(Robinson Crusoe)
Etymology
From Middle Dutch ûtegâen, from Old Dutch ūtgān, from Proto-West Germanic *ūtgān. Equivalent to uit + gaan.
Verbs referencing "uitgaan"
Afrikaans
uitgaan, English
outgo, German, old spelling
ausgehen.
Additional Information