aangaan – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of aangaan

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: aangaan
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: aangaand
Past participle - Verleden deelwoord: aangegaan

Cognates

See the 6 cognates of aangaan

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikga aan
jijgaat aan
hijgaat aan
wijgaan aan
julliegaan aan
zijgaan aan

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikben aangegaan
jijbent aangegaan
hijis aangegaan
wijzijn aangegaan
julliezijn aangegaan
zijzijn aangegaan

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikging aan
jijging aan
hijging aan
wijgingen aan
julliegingen aan
zijgingen aan

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikwas aangegaan
jijwas aangegaan
hijwas aangegaan
wijwaren aangegaan
julliewaren aangegaan
zijwaren aangegaan

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal aangaan
jijzult aangaan
hijzal aangaan
wijzullen aangaan
julliezullen aangaan
zijzullen aangaan

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal aangegaan zijn
jijzult aangegaan zijn
hijzal aangegaan zijn
wijzullen aangegaan zijn
julliezullen aangegaan zijn
zijzullen aangegaan zijn

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou aangaan
jijzou aangaan
hijzou aangaan
wijzouden aangaan
julliezouden aangaan
zijzouden aangaan

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou aangegaan zijn
jijzou aangegaan zijn
hijzou aangegaan zijn
wijzouden aangegaan zijn
julliezouden aangegaan zijn
zijzouden aangegaan zijn

Imperative - Gebiedende wijs

jijga aan

Verbs conjugated like 'aangaan'

aangaan, achtergaan, achternagaan, achteruitgaan, afgaan, begaan, doorgaan, gaan, heengaan, ingaan, nagaan, omgaan, ondergaan, ontgaan, opgaan, overgaan, rondgaan, toegaan, uitgaan, vergaan, etc. (List truncated at 20 verbs)

Translations

Synonyms & Antonyms

Synonyms

aanwippen
binnenwippen, langsgaan
aanvangen
beginnen, ondernemen
betreffen
raken

Antonyms

aanvangen
uitscheiden, eindigen, ophouden, stoppen

Sample Sentences

  • [...] of geheele troepen, schoon zij geen weerstand boden, kwartier weigerden en ze over de kling joegen. Vervolgens bedacht ik, dat ofschoon hun gebruik beestachtig en barbaarsch was, het mij echter niet aanging; dat zij mij geenszins kwaad gedaan hadden; dat het welligt verschoonbaar was als zij mij aanvielen, of als ik het tot mijn behoud noodig achtte hen te overvallen; maar dat ik voor als nog buiten [...] (Robinson Crusoe)
  • Ik vond, dat het niet zoo gemakkelijk ging hem juiste denkbeelden in te prenten, aangaande den duivel, als aangaande den aard en het wezen der Godheid. De geheele natuur was mij behulpzaam in mijne bewijzen voor het noodwendig bestaan van eene eerste oorzaak, een onbegrijpelijke, [...] (Robinson Crusoe)
  • [...] en hij schier alles verstaan kon wat ik tot hem zeide, en mij vloeijend, ofschoon in gebroken Engelsch, antwoorden, verhaalde ik hem mijne eigene geschiedenis; althans wat mijne komst alhier aangaat, hoe ik hier huis gehouden had en hoe lang. Ik leerde hem het geheim (want dit was het voor hem ) van kruid en lood en hoe hij een geweer afschieten moest. Ik gaf hem een mes, waarmede hij zeer in [...] (Robinson Crusoe)
  • [...] zien. " Zij gingen daarop met mij terug tot de boomen, om voor hen verborgen te zijn. " Nu, mijnheer, " zeide ik, " als ik het waag u te bevrijden, zult gij dan twee voorwaarden met mij willen aangaan ? " Hij kwam mijn voorstel voor door mij te verzekeren, dat hij en zijn schip, als hij bevrijd werd, geheel tot mijn bevel, en volkomen tot mijne beschikking waren, en dat zoo het schip niet weder [...] (Robinson Crusoe)
  • [...] best oordeelde, dat ik en mijn knecht Vrijdag niet medegingen, omdat zij zeven man hier achterlieten en wij genoeg te doen hadden met hen gescheiden te houden en van levensmiddelen te voorzien. Wat aangaat de vijf man in de grot, ik besloot hen daar te houden, en Vrijdag ging tweemaal des daags hun levensmiddelen brengen. De twee andere gevangenen droegen de leeftogt een eind weegs en dan nam Vrijdag [...] (Robinson Crusoe)

Etymology

From Middle Dutch āengâan, from Old Dutch anagān. Equivalent to aan + gaan. Compare German angehen. See: German, old spelling 'angehen'.

Verbs referencing "aangaan"

Swedish angå, German, old spelling angehen, Alemannic German aagaa, English ongo.

Additional Information