Nominal Forms
Infinitive - Onbepaalde wijs: lokken
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: lokkend
Past participle - Verleden deelwoord: gelokt
Cognates
-
Indicative - Aantonende wijs
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
| ik | lok |
| jij | lokt |
| hij | lokt |
| wij | lokken |
| jullie | lokken |
| zij | lokken |
Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
| ik | heb gelokt |
| jij | hebt gelokt |
| hij | heeft gelokt |
| wij | hebben gelokt |
| jullie | hebben gelokt |
| zij | hebben gelokt |
Past
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
| ik | lokte |
| jij | lokte |
| hij | lokte |
| wij | lokten |
| jullie | lokten |
| zij | lokten |
Past Perfect
Voltooid verleden tijd [v v t]
| ik | had gelokt |
| jij | had gelokt |
| hij | had gelokt |
| wij | hadden gelokt |
| jullie | hadden gelokt |
| zij | hadden gelokt |
Future
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
| ik | zal lokken |
| jij | zult lokken |
| hij | zal lokken |
| wij | zullen lokken |
| jullie | zullen lokken |
| zij | zullen lokken |
Future Perfect
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
| ik | zal gelokt hebben |
| jij | zult gelokt hebben |
| hij | zal gelokt hebben |
| wij | zullen gelokt hebben |
| jullie | zullen gelokt hebben |
| zij | zullen gelokt hebben |
Conditional
Imperfect
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
| ik | zou lokken |
| jij | zou lokken |
| hij | zou lokken |
| wij | zouden lokken |
| jullie | zouden lokken |
| zij | zouden lokken |
Perfect
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
| ik | zou gelokt hebben |
| jij | zou gelokt hebben |
| hij | zou gelokt hebben |
| wij | zouden gelokt hebben |
| jullie | zouden gelokt hebben |
| zij | zouden gelokt hebben |
Imperative - Gebiedende wijs
Verbs conjugated like 'lokken'
aanbaffen,
aanbikken,
aanblikken,
aandikken,
aandrukken,
aaneenplakken,
aaneenstrikken,
aanfokken,
aankwakken,
aanlokken,
aanpakken,
aanpassen,
aanpikken,
aanplakken,
aanploffen,
aanprikken,
aanschaffen,
aansloffen,
aanstikken,
aanstoffen, etc. (List truncated at 20 verbs)
Verbs similar to 'lokken'
dokken,
fokken,
jokken,
klokken,
kokken,
lakken,
lekken,
likken,
loeken,
lonken,
Translations
bait, to attract with bait
inveigh, To [[draw]] in or away; to [[entice]], [[inveigle]]
lure, to entice
tease, to entice
tempt, to attract, allure
Sample Sentences
-
[...] na over hetgeen hij gezegd had, en vond zijne gevolgtrekking allezins gegrond, en dat er derhalve tot nog niets anders kon gedaan worden, dan het volk aan boord door verrassing in een valstrik te lokken, zoodat zij niet aan land kwamen en ons vermoordden. Het viel mij thans in, dat het scheepsvolk, niet begrijpende wat er van hunne makkers en van de sloep geworden was, zeker binnen korten tijd in [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] worden voor het avond was, en dat als zij dan niet naar hunne boot terugkeerden, wij misschien tusschen hen en het strand konden komen, en door eene of andere list de matrozen in de boot aan land lokken. Wij wachtten eene lange poos, zeer ongerust en zeer verlangend hen te zien vertrekken. Eindelijk zagen wij hen na eene lange beraadslaging, allen opstaan en naar het strand gaan. Het schijnt, dat [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] hunne nasporingen hadden opgegeven, en terug wilden keeren, en de kapitein wien ik mijn vermoeden mededeelde, bezweek schier van angst. Ik had echter thans eene krijgslist bedacht om hen terug te lokken, die mij volmaakt gelukte. Ik gelastte Vrijdag en den stuurman, de kleine kreek westwaarts, waar de wilden met Vrijdag bij zich aan land waren gekomen, over te trekken, en zoodra zij op eene kleine [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] zij weder moesten roepen, en dan steeds uit hun gezigt blijvende, in de rondte trekken, altijd op het geroep der anderen antwoordende, ten einde hen zoo ver landwaarts in en tusschen de bosschen te lokken, als mogelijk was, en dan weder op de wijze als ik hun voorschreef, tot mij terug keeren.
(Robinson Crusoe)
-
Middelerwijl hadden Vrijdag en den stuurman zich zoowel van hunne taak gekweten, dat zij de matrozen door hun geroep van den eenen heuvel naar den anderen, en van het eene boschje in het andere gelokt hadden, totdat zij hen niet alleen verschrikkelijk afgemat, maar ook verlaten hadden met de zekerheid, dat zij voor den donker den weg niet naar de boot zouden kunnen terugvinden, en zij zelven [...]
(Robinson Crusoe)
Etymology
From Middle Dutch locken, from Old Dutch loccon, from Proto-West Germanic *lokkōn, from Proto-Germanic *lukkōną. See: Old Dutch 'loccon', Proto-Germanic '
*lukkōną'.
Additional Information