Nominal Forms
Infinitive - Onbepaalde wijs: koken
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: kokend
Past participle - Verleden deelwoord: gekookt
Cognates
-
Indicative - Aantonende wijs
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
| ik | kook |
| jij | kookt |
| hij | kookt |
| wij | koken |
| jullie | koken |
| zij | koken |
Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
| ik | heb gekookt |
| jij | hebt gekookt |
| hij | heeft gekookt |
| wij | hebben gekookt |
| jullie | hebben gekookt |
| zij | hebben gekookt |
Past
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
| ik | kookte |
| jij | kookte |
| hij | kookte |
| wij | kookten |
| jullie | kookten |
| zij | kookten |
Past Perfect
Voltooid verleden tijd [v v t]
| ik | had gekookt |
| jij | had gekookt |
| hij | had gekookt |
| wij | hadden gekookt |
| jullie | hadden gekookt |
| zij | hadden gekookt |
Future
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
| ik | zal koken |
| jij | zult koken |
| hij | zal koken |
| wij | zullen koken |
| jullie | zullen koken |
| zij | zullen koken |
Future Perfect
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
| ik | zal gekookt hebben |
| jij | zult gekookt hebben |
| hij | zal gekookt hebben |
| wij | zullen gekookt hebben |
| jullie | zullen gekookt hebben |
| zij | zullen gekookt hebben |
Conditional
Imperfect
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
| ik | zou koken |
| jij | zou koken |
| hij | zou koken |
| wij | zouden koken |
| jullie | zouden koken |
| zij | zouden koken |
Perfect
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
| ik | zou gekookt hebben |
| jij | zou gekookt hebben |
| hij | zou gekookt hebben |
| wij | zouden gekookt hebben |
| jullie | zouden gekookt hebben |
| zij | zouden gekookt hebben |
Imperative - Gebiedende wijs
Verbs conjugated like 'koken'
aanbleken,
aanhaken,
aankweken,
aanmaken,
aanpreken,
aanraken,
aansmeken,
aanstoken,
afhaken,
afkraken,
afmaken,
afpreken,
bekendmaken,
bewaken,
dichtmaken,
dopen,
gapen,
geraken,
inmaken,
inschepen, etc. (List truncated at 20 verbs)
Verbs similar to 'koken'
kaken,
keken,
kloken,
koeken,
kokken,
kolen,
kolken,
komen,
kopen,
roken,
Translations
boil, heat (a liquid) until it begins to turn into a gas
boil, cook in boiling water
boil, begin to turn into a gas
cook, to prepare food for eating
cook, to become ready for eating
seethe, to boil vigorously (intransitive verb)
Sample Sentences
-
[...] of dertig rijsthalmen opgeschoten, die ik even zorgvuldig en met hetzelfde oogmerk bewaarde, namelijk, om later mij tot brood, of liever tot spijs te verstrekken; want ik vond middel om het te koken, zonder het te bakken, schoon ik dit naderhand ook deed. Doch ik keer tot mijn journaal terug.
(Robinson Crusoe)
-
17 Junij. Bragt ik door in het koken van de schildpad. Ik vond er zestig eijeren in, en haar vleesch scheen mij het geurigste en lekkerste dat ik ooit geproefd had; en geen wonder, daar ik sedert mijne komst op dit akelig eiland [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] ik mijn geweer, maar vond dat ik zeer zwak was. Ik schoot echter eene geit en bragt die met veel moeite te huis, braadde er een stukje van en at dat op. Ik had er gaarne wat vleeschnat van willen koken, maar ik had geen pot.
(Robinson Crusoe)
-
[...] ware lekkernij was. Mijne maaltijden waren thans de volgende. Ik at een tros rozijnen voor mijn ontbijt, een stuk gebraden geiten- of schildpadvleesch (want ik had ongelukkig geen vaatwerk om in te koken of te stoven ) voor mijn middagmaal, en twee of drie schildpadeijeren maakten mijn avondmaal uit.
(Robinson Crusoe)
-
[...] had niets om vloeistoffen in te bewaren, dan een paar vaatjes, die bijkans vol rum waren, en eenige flesschen, sommigen gewone, anderen vierkante kelderflesschen. Ik had zelfs geen pot om iets in te koken, behalve een grooten ketel, dien ik uit het schip gered had, maar die te zwaar was voor het gebruik, dat ik er van maken wilde, namelijk om vleesch en soep in te koken. Het tweede, dat ik [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] geen pot om iets in te koken, behalve een grooten ketel, dien ik uit het schip gered had, maar die te zwaar was voor het gebruik, dat ik er van maken wilde, namelijk om vleesch en soep in te koken. Het tweede, dat ik gaarne wenschte, was eene tabakspijp; maar het was mij onmogelijk die te maken; eindelijk echter vond ik iets uit om die te vervangen. Den geheelen zomer hield ik mij voorts [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] had, die tegen het vuur bestand was; en ik had naauwelijks geduld genoeg om te wachten tot zij koud waren geworden, om een er van met wat water weder op het vuur te zetten, om er eenig vleesch in te koken, hetgeen zeer goed ging, en ik verkreeg eene zeer goede soep, schoon het mij aan meel en verscheidene andere dingen ontbrak, om die zoo goed te maken als ik wenschte.
(Robinson Crusoe)
-
[...] dan ik noodig had, het had moeten bederven. De boomen, die ik geveld had, lagen op den grond te verrotten. Ik kon ze alleen als brandhout gebruiken, en dit had ik alleen noodig om mijn eten op te koken.
(Robinson Crusoe)
-
[...] kon maken, gelijk ik reeds gezegd heb, schoon ik het weken, zelfs maanden lang, doch vruchteloos, beproefde. Vervolgens had ik geen hop om het duurzaam te maken, noch gest, noch ketels om het in te koken, en toch, zoo al die schrik van de wilden niet tusschenbeide gekomen was, zou ik het beproefd en er misschien in geslaagd hebben, want ik gaf niet ligt iets op wat ik mij eenmaal in het hoofd had [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] branden. Vooraf moet ik zeggen waarom ik houtskolen maakte. Ik was bevreesd bij mijne woning vuur te stoken, gelijk ik zeide, en toch kon ik niet leven zonder mijn brood te bakken, mijn vleesch te koken enz.; en dus beproefde ik eenig hout, gelijk ik in Engeland gezien had, met aarde overdekt, te branden tot het kolen waren, alsdan doofde ik het vuur uit, bragt de houtskolen naar huis, en gebruikte [...]
(Robinson Crusoe)
Etymology
From Middle Dutch cōken, from Old Dutch *kokon, from Proto-West Germanic *kokōn. See: Old Dutch '*kokon'.
Verbs referencing "koken"
Bavarian kocha, German, Pennsylvania
koche.
Additional Information