knallen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of knallen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: knallen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: knallend
Past participle - Verleden deelwoord: geknald

Cognates

See the 6 cognates of knallen

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikknal
jijknalt
hijknalt
wijknallen
jullieknallen
zijknallen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geknald
jijhebt geknald
hijheeft geknald
wijhebben geknald
julliehebben geknald
zijhebben geknald

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikknalde
jijknalde
hijknalde
wijknalden
jullieknalden
zijknalden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geknald
jijhad geknald
hijhad geknald
wijhadden geknald
julliehadden geknald
zijhadden geknald

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal knallen
jijzult knallen
hijzal knallen
wijzullen knallen
julliezullen knallen
zijzullen knallen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geknald hebben
jijzult geknald hebben
hijzal geknald hebben
wijzullen geknald hebben
julliezullen geknald hebben
zijzullen geknald hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou knallen
jijzou knallen
hijzou knallen
wijzouden knallen
julliezouden knallen
zijzouden knallen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geknald hebben
jijzou geknald hebben
hijzou geknald hebben
wijzouden geknald hebben
julliezouden geknald hebben
zijzouden geknald hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijknal

Translations

  • bang, to make sudden loud noises
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    exploderen
    klappen, ontploffen, ploffen, uitbarsten
    schieten
    vuren
    smijten
    donderen, gooien, keilen, kwakken, slaan, slingeren, smakken, werpen

    Sample Sentences

    • O, dat feest wordt echt knallen! (Oh, that party is going to be a blast!)
    • We gaan echt even knallen deze wedstrijd, jongens! (We're going to give 110% this match, guys!)

    Etymology

    Compare German knallen, Swedish knulla. See: German, old spelling 'knallen', Swedish 'knulla'.

    Verbs referencing "knallen"

    Swedish knulla, German, old spelling knallen.

    Additional Information