klappen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of klappen

The word "klappen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: klappen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: klappend
Past participle - Verleden deelwoord: geklapt

Cognates

See the 6 cognates of klappen

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikklap
jijklapt
hijklapt
wijklappen
jullieklappen
zijklappen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geklapt
jijhebt geklapt
hijheeft geklapt
wijhebben geklapt
julliehebben geklapt
zijhebben geklapt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikklapte
jijklapte
hijklapte
wijklapten
jullieklapten
zijklapten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geklapt
jijhad geklapt
hijhad geklapt
wijhadden geklapt
julliehadden geklapt
zijhadden geklapt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal klappen
jijzult klappen
hijzal klappen
wijzullen klappen
julliezullen klappen
zijzullen klappen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geklapt hebben
jijzult geklapt hebben
hijzal geklapt hebben
wijzullen geklapt hebben
julliezullen geklapt hebben
zijzullen geklapt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou klappen
jijzou klappen
hijzou klappen
wijzouden klappen
julliezouden klappen
zijzouden klappen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geklapt hebben
jijzou geklapt hebben
hijzou geklapt hebben
wijzouden geklapt hebben
julliezouden geklapt hebben
zijzouden geklapt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijklap

Translations

  • applaud, to express approval by clapping
  • clap, To strike the palms of the hands together
  • clap, To applaud by clapping the hands
  • hobnob, to associate in a friendly manner with
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    • Men gaf hem, boven dien, waerschynlyk zynen naem van Garrulus, omdat hy, in eene kooi opgevoed, zeer wel leert klappen, gelyk de Pappegaeyen. ([The Eurasian jay] was moreover probably given its name Garrulus as he, when raised in a cage, learns to talk very well, like parrots do.) [1770, Nederlandsche vogelen, part 1, page 2:]
    • Yo, wil je straks jonko klappen? (Yo, do you want to smoke weed later?)
    • Ik denk dat die jonko me echt gaat klappen. (I think that joint is going to make me really high.)

    Etymology

    From Middle Dutch clappen, from Old Dutch *klappon, from Proto-West Germanic *klappōn. See: Middle Dutch 'clappen', Old Dutch '*klappon'.

    Verbs referencing "klappen"

    English clap, Galician chapar, German, old spelling klappen, French claper.

    Additional Information