bedrijven – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of bedrijven

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: bedrijven
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: bedrijvend
Past participle - Verleden deelwoord: bedreven

Cognates

See the 5 cognates of bedrijven

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikbedrijf
jijbedrijft
hijbedrijft
wijbedrijven
julliebedrijven
zijbedrijven

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb bedreven
jijhebt bedreven
hijheeft bedreven
wijhebben bedreven
julliehebben bedreven
zijhebben bedreven

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikbedreef
jijbedreef
hijbedreef
wijbedreven
julliebedreven
zijbedreven

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad bedreven
jijhad bedreven
hijhad bedreven
wijhadden bedreven
julliehadden bedreven
zijhadden bedreven

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal bedrijven
jijzult bedrijven
hijzal bedrijven
wijzullen bedrijven
julliezullen bedrijven
zijzullen bedrijven

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal bedreven hebben
jijzult bedreven hebben
hijzal bedreven hebben
wijzullen bedreven hebben
julliezullen bedreven hebben
zijzullen bedreven hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou bedrijven
jijzou bedrijven
hijzou bedrijven
wijzouden bedrijven
julliezouden bedrijven
zijzouden bedrijven

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou bedreven hebben
jijzou bedreven hebben
hijzou bedreven hebben
wijzouden bedreven hebben
julliezouden bedreven hebben
zijzouden bedreven hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijbedrijf

Translations

Synonyms & Antonyms

Synonyms

begaan
doen, plegen, uitrichten, verrichten

Sample Sentences

  • [...] mij brengen, en zeide hun thans een volledig verslag van hunne schelmsche handelwijze van den kapitein ontvangen te hebben, en hoe zij met het schip hadden willen vertrekken, en verdere rooverijen bedrijven, maar dat de Voorzienigheid hen in den kuil had doen vallen, dien zij voor anderen gegraven hadden. Ik zeide hun, dat men op mijn bevel zich van het schip verzekerd had, dat nu op de reede lag, en [...] (Robinson Crusoe)

Etymology

From Middle Dutch bedriven. Equivalent to be- + drijven.

Verbs referencing "bedrijven"

Swedish bedriva, English bedrive, Danish bedrive.

Additional Information