afdrijven – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of afdrijven

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: afdrijven
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: afdrijvend
Past participle - Verleden deelwoord: afgedreven

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikdrijf af
jijdrijft af
hijdrijft af
wijdrijven af
julliedrijven af
zijdrijven af

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb afgedreven
jijhebt afgedreven
hijheeft afgedreven
wijhebben afgedreven
julliehebben afgedreven
zijhebben afgedreven

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikdreef af
jijdreef af
hijdreef af
wijdreven af
julliedreven af
zijdreven af

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad afgedreven
jijhad afgedreven
hijhad afgedreven
wijhadden afgedreven
julliehadden afgedreven
zijhadden afgedreven

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal afdrijven
jijzult afdrijven
hijzal afdrijven
wijzullen afdrijven
julliezullen afdrijven
zijzullen afdrijven

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal afgedreven hebben
jijzult afgedreven hebben
hijzal afgedreven hebben
wijzullen afgedreven hebben
julliezullen afgedreven hebben
zijzullen afgedreven hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou afdrijven
jijzou afdrijven
hijzou afdrijven
wijzouden afdrijven
julliezouden afdrijven
zijzouden afdrijven

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou afgedreven hebben
jijzou afgedreven hebben
hijzou afgedreven hebben
wijzouden afgedreven hebben
julliezouden afgedreven hebben
zijzouden afgedreven hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijdrijf af

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

  • [...] kist met gereedschappen, nog twee zagen, eene bijl en een hamer gevonden te hebben, stak ik met mijne lading af. Eene mijl ongeveer ging alles goed; alleen bespeurde ik, dat ik een weinig zijwaarts afdreef van de plaats, waar ik eerst aan land gekomen was, zoodat ik bemerkte, dat daar eenige strooming in het water was, wat mij hoop gaf, daar eene kreek of rivier te zullen vinden, die mij als eene [...] (Robinson Crusoe)

Etymology

From Middle Dutch afdriven. Equivalent to af + drijven.

Additional Information