Nominal Forms
Infinitive - Onbepaalde wijs: kijken
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: kijkend
Past participle - Verleden deelwoord: gekeken
Cognates
-
Indicative - Aantonende wijs
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
| ik | kijk |
| jij | kijkt |
| hij | kijkt |
| wij | kijken |
| jullie | kijken |
| zij | kijken |
Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
| ik | heb gekeken |
| jij | hebt gekeken |
| hij | heeft gekeken |
| wij | hebben gekeken |
| jullie | hebben gekeken |
| zij | hebben gekeken |
Past
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
| ik | keek |
| jij | keek |
| hij | keek |
| wij | keken |
| jullie | keken |
| zij | keken |
Past Perfect
Voltooid verleden tijd [v v t]
| ik | had gekeken |
| jij | had gekeken |
| hij | had gekeken |
| wij | hadden gekeken |
| jullie | hadden gekeken |
| zij | hadden gekeken |
Future
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
| ik | zal kijken |
| jij | zult kijken |
| hij | zal kijken |
| wij | zullen kijken |
| jullie | zullen kijken |
| zij | zullen kijken |
Future Perfect
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
| ik | zal gekeken hebben |
| jij | zult gekeken hebben |
| hij | zal gekeken hebben |
| wij | zullen gekeken hebben |
| jullie | zullen gekeken hebben |
| zij | zullen gekeken hebben |
Conditional
Imperfect
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
| ik | zou kijken |
| jij | zou kijken |
| hij | zou kijken |
| wij | zouden kijken |
| jullie | zouden kijken |
| zij | zouden kijken |
Perfect
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
| ik | zou gekeken hebben |
| jij | zou gekeken hebben |
| hij | zou gekeken hebben |
| wij | zouden gekeken hebben |
| jullie | zouden gekeken hebben |
| zij | zouden gekeken hebben |
Imperative - Gebiedende wijs
Verbs conjugated like 'kijken'
aaneenrijgen,
aanglijden,
aankijken,
aanrijden,
aanrijgen,
aanschrijden,
aansnijden,
aanstijgen,
aanstrijken,
achternarijden,
achteromkijken,
achteruitrijden,
afkijken,
afkrijgen,
afrijden,
afrijgen,
afsnijden,
afstijgen,
afwijken,
begrijpen, etc. (List truncated at 20 verbs)
Verbs similar to 'kijken'
kieken,
kijven,
kikken,
lijken,
wijken,
afkijken,
bekijken,
bijten,
blijken,
hijgen,
Translations
look, to try to see
miss, to fail to understand
view, to look at
watch, to look at for a period of time
Sample Sentences
-
[...] hij het einde van den tak naderde, riep hij ons toe: " Nu zult gij een beer zien leeren dansen. " Hij begon dus den tak te schudden en er op te dansen, zoodat de beer begon te waggelen en achterom keek, alsof hij den aftogt wilde slaan, en wij ons van lagchen niet konden bedwingen. Maar Vrijdag had nog niet met hem gedaan; toen hij zag, dat hij stil stond, riep hij hem weder toe, alsof het beest [...]
(Robinson Crusoe)
Etymology
From Middle Dutch kiken, from Old Dutch *kīkan, from Proto-West Germanic *kīkan, from Proto-Germanic *kīkaną. See: Middle Dutch '
kiken', Proto-Germanic '
*kīkaną'.
Verbs referencing "kijken"
English
kick, Middle English
kiken, English
keek, Icelandic
kíkja, German, old spelling
kieken, German, old spelling
gucken, Danish
kigge, Frisian, Northern kiike.
Additional Information