achterblijven – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of achterblijven

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: achterblijven
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: achterblijvend
Past participle - Verleden deelwoord: achtergebleven

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikblijf achter
jijblijft achter
hijblijft achter
wijblijven achter
jullieblijven achter
zijblijven achter

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikben achtergebleven
jijbent achtergebleven
hijis achtergebleven
wijzijn achtergebleven
julliezijn achtergebleven
zijzijn achtergebleven

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikbleef achter
jijbleef achter
hijbleef achter
wijbleven achter
julliebleven achter
zijbleven achter

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikwas achtergebleven
jijwas achtergebleven
hijwas achtergebleven
wijwaren achtergebleven
julliewaren achtergebleven
zijwaren achtergebleven

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal achterblijven
jijzult achterblijven
hijzal achterblijven
wijzullen achterblijven
julliezullen achterblijven
zijzullen achterblijven

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal achtergebleven zijn
jijzult achtergebleven zijn
hijzal achtergebleven zijn
wijzullen achtergebleven zijn
julliezullen achtergebleven zijn
zijzullen achtergebleven zijn

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou achterblijven
jijzou achterblijven
hijzou achterblijven
wijzouden achterblijven
julliezouden achterblijven
zijzouden achterblijven

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou achtergebleven zijn
jijzou achtergebleven zijn
hijzou achtergebleven zijn
wijzouden achtergebleven zijn
julliezouden achtergebleven zijn
zijzouden achtergebleven zijn

Imperative - Gebiedende wijs

jijblijf achter

Translations

  • remain, to stay behind while others withdraw
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    overblijven
    overleven
    stagneren
    stilstaan, stremmen, vertragen
    traineren
    treuzelen

    Antonyms

    stagneren
    vlotten, opschieten, vorderen

    Sample Sentences

    • [...] worden.β€”Dit zag er ernstig uit, en overtuigde hen, dat de gouverneur het ernstig meende; er schoot hun echter niet anders over dan het aan te nemen, en het was thans evenzeer het belang van de achterblijvende gevangenen als van den kapitein, de anderen te overreden, zich trouw van hunnen pligt te kwijten. (Robinson Crusoe)
    • Toen zij allen verklaard hadden te willen achterblijven, zeide ik hun, hun mijn geheelen levensloop aldaar te zullen verhalen, en te dien einde verhaalde ik hun hoe het eiland was, hoe ik er gekomen was; toonde hun mijne verschansingen, hoe ik er mijn [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From achter + blijven.

    Additional Information