informeren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of informeren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: informeren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: informerend
Past participle - Verleden deelwoord: geïnformeerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikinformeer
jijinformeert
hijinformeert
wijinformeren
jullieinformeren
zijinformeren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geïnformeerd
jijhebt geïnformeerd
hijheeft geïnformeerd
wijhebben geïnformeerd
julliehebben geïnformeerd
zijhebben geïnformeerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikinformeerde
jijinformeerde
hijinformeerde
wijinformeerden
jullieinformeerden
zijinformeerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geïnformeerd
jijhad geïnformeerd
hijhad geïnformeerd
wijhadden geïnformeerd
julliehadden geïnformeerd
zijhadden geïnformeerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal informeren
jijzult informeren
hijzal informeren
wijzullen informeren
julliezullen informeren
zijzullen informeren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geïnformeerd hebben
jijzult geïnformeerd hebben
hijzal geïnformeerd hebben
wijzullen geïnformeerd hebben
julliezullen geïnformeerd hebben
zijzullen geïnformeerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou informeren
jijzou informeren
hijzou informeren
wijzouden informeren
julliezouden informeren
zijzouden informeren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geïnformeerd hebben
jijzou geïnformeerd hebben
hijzou geïnformeerd hebben
wijzouden geïnformeerd hebben
julliezouden geïnformeerd hebben
zijzouden geïnformeerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijinformeer

Translations

  • advise, to give information or notice to; to inform
  • clue, to provide with information
  • inform, to communicate knowledge to another/others (transitive)
  • inform, to impart information or knowledge (intransitive)
  • query, ask a question
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    inlichten
    meedelen, vertellen, voorlichten

    Sample Sentences

    Etymology

    Borrowed from French informer (adapted with the suffix -eren). See: French 'informer'.

    Additional Information