ignoreren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of ignoreren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: ignoreren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: ignorerend
Past participle - Verleden deelwoord: geïgnoreerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikignoreer
jijignoreert
hijignoreert
wijignoreren
jullieignoreren
zijignoreren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geïgnoreerd
jijhebt geïgnoreerd
hijheeft geïgnoreerd
wijhebben geïgnoreerd
julliehebben geïgnoreerd
zijhebben geïgnoreerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikignoreerde
jijignoreerde
hijignoreerde
wijignoreerden
jullieignoreerden
zijignoreerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geïgnoreerd
jijhad geïgnoreerd
hijhad geïgnoreerd
wijhadden geïgnoreerd
julliehadden geïgnoreerd
zijhadden geïgnoreerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal ignoreren
jijzult ignoreren
hijzal ignoreren
wijzullen ignoreren
julliezullen ignoreren
zijzullen ignoreren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geïgnoreerd hebben
jijzult geïgnoreerd hebben
hijzal geïgnoreerd hebben
wijzullen geïgnoreerd hebben
julliezullen geïgnoreerd hebben
zijzullen geïgnoreerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou ignoreren
jijzou ignoreren
hijzou ignoreren
wijzouden ignoreren
julliezouden ignoreren
zijzouden ignoreren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geïgnoreerd hebben
jijzou geïgnoreerd hebben
hijzou geïgnoreerd hebben
wijzouden geïgnoreerd hebben
julliezouden geïgnoreerd hebben
zijzouden geïgnoreerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijignoreer

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Additional Information