deformeren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of deformeren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: deformeren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: deformerend
Past participle - Verleden deelwoord: gedeformeerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikdeformeer
jijdeformeert
hijdeformeert
wijdeformeren
julliedeformeren
zijdeformeren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gedeformeerd
jijhebt gedeformeerd
hijheeft gedeformeerd
wijhebben gedeformeerd
julliehebben gedeformeerd
zijhebben gedeformeerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikdeformeerde
jijdeformeerde
hijdeformeerde
wijdeformeerden
julliedeformeerden
zijdeformeerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gedeformeerd
jijhad gedeformeerd
hijhad gedeformeerd
wijhadden gedeformeerd
julliehadden gedeformeerd
zijhadden gedeformeerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal deformeren
jijzult deformeren
hijzal deformeren
wijzullen deformeren
julliezullen deformeren
zijzullen deformeren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gedeformeerd hebben
jijzult gedeformeerd hebben
hijzal gedeformeerd hebben
wijzullen gedeformeerd hebben
julliezullen gedeformeerd hebben
zijzullen gedeformeerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou deformeren
jijzou deformeren
hijzou deformeren
wijzouden deformeren
julliezouden deformeren
zijzouden deformeren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gedeformeerd hebben
jijzou gedeformeerd hebben
hijzou gedeformeerd hebben
wijzouden gedeformeerd hebben
julliezouden gedeformeerd hebben
zijzouden gedeformeerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijdeformeer

Translations

Synonyms & Antonyms

Synonyms

misvormen
vervormen

Sample Sentences

Etymology

Additional Information