heffen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of heffen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: heffen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: heffend
Past participle - Verleden deelwoord: geheven

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikhef
jijheft
hijheft
wijheffen
jullieheffen
zijheffen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geheven
jijhebt geheven
hijheeft geheven
wijhebben geheven
julliehebben geheven
zijhebben geheven

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikhief
jijhief
hijhief
wijhieven
julliehieven
zijhieven

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geheven
jijhad geheven
hijhad geheven
wijhadden geheven
julliehadden geheven
zijhadden geheven

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal heffen
jijzult heffen
hijzal heffen
wijzullen heffen
julliezullen heffen
zijzullen heffen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geheven hebben
jijzult geheven hebben
hijzal geheven hebben
wijzullen geheven hebben
julliezullen geheven hebben
zijzullen geheven hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou heffen
jijzou heffen
hijzou heffen
wijzouden heffen
julliezouden heffen
zijzouden heffen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geheven hebben
jijzou geheven hebben
hijzou geheven hebben
wijzouden geheven hebben
julliezouden geheven hebben
zijzouden geheven hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijhef

Verbs conjugated like 'heffen'

aanheffen, heffen, ontheffen, opheffen,

Verbs similar to 'heffen'

beffen, keffen, doffen, hebben, helen, hellen, helpen, heren, heten, maffen,

Translations

  • deadlift, to lift
  • heave, to lift
  • heft, to lift
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    optillen
    tillen
    eisen
    opleggen, vorderen

    Sample Sentences

    • [...] water opkwam, bespeurde ik waar hij lag, en met een touw, dat ik om hem sloeg en de Negers liet inhalen, sleepten zij het op strand. Het was een bijzonder gevlekte en schoone luipaard, en de Negers hieven van verbazing, dat ik hem gedood had, de handen omhoog. (Robinson Crusoe)
    • [...] den koevoet eene opening naar het ruim, en vond verscheidene vaten, die ik los werkte, maar kon ze niet openbreken. Ook vond ik eene rol Engelsen lood, maar dit was te zwaar voor mij, om het op te heffen. (Robinson Crusoe)
    • [...] hij hen dit in hunne taal elkander had hooren toeroepen, want het was hun onmogelijk te begrijpen, dat een man vuur spuwen en donder spreken en van uit de verte dooden kon, zonder de hand op te heffen, gelijk thans geschied was.—De oude wilde had gelijk, want gelijk ik naderhand langs een anderen weg vernam, de wilden uit die streek hebben nimmer weder beproefd het eiland te naderen. Zij waren [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] gebonden; en toen er vier of vijf van de eersten op strand gesprongen waren, deden zij de drie gevangenen uit de boot gaan. Een van de drie stelde zich aan als een wanhopige, de beide anderen hieven slechts een paar malen de handen hemelwaarts, en schenen zeer neêrslagtig, schoon niet zoo ontsteld als de eerste. Ik was geheel verbaasd over hetgeen ik zag, en wist niet wat ik er van begrijpen [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch heffen, from Old Dutch heffen, from Proto-West Germanic *habbjan, from Proto-Germanic *habjaną, a class 6 strong verb with j-present, from Proto-Indo-European *kh₂pyéti, from the root *kap- (“to seize”). See: Proto-Germanic '*habjaną'.

    Verbs referencing "heffen"

    English heave, German, old spelling heben, Icelandic hefja, Danish hæve, German, Pennsylvania hewe, Swedish häva, Luxembourgish hiewen, Cimbrian höoban.

    Additional Information