Nominal Forms
Infinitive - Onbepaalde wijs: heffen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: heffend
Past participle - Verleden deelwoord: geheven
Cognates
-
Indicative - Aantonende wijs
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
| ik | hef |
| jij | heft |
| hij | heft |
| wij | heffen |
| jullie | heffen |
| zij | heffen |
Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
| ik | heb geheven |
| jij | hebt geheven |
| hij | heeft geheven |
| wij | hebben geheven |
| jullie | hebben geheven |
| zij | hebben geheven |
Past
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
| ik | hief |
| jij | hief |
| hij | hief |
| wij | hieven |
| jullie | hieven |
| zij | hieven |
Past Perfect
Voltooid verleden tijd [v v t]
| ik | had geheven |
| jij | had geheven |
| hij | had geheven |
| wij | hadden geheven |
| jullie | hadden geheven |
| zij | hadden geheven |
Future
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
| ik | zal heffen |
| jij | zult heffen |
| hij | zal heffen |
| wij | zullen heffen |
| jullie | zullen heffen |
| zij | zullen heffen |
Future Perfect
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
| ik | zal geheven hebben |
| jij | zult geheven hebben |
| hij | zal geheven hebben |
| wij | zullen geheven hebben |
| jullie | zullen geheven hebben |
| zij | zullen geheven hebben |
Conditional
Imperfect
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
| ik | zou heffen |
| jij | zou heffen |
| hij | zou heffen |
| wij | zouden heffen |
| jullie | zouden heffen |
| zij | zouden heffen |
Perfect
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
| ik | zou geheven hebben |
| jij | zou geheven hebben |
| hij | zou geheven hebben |
| wij | zouden geheven hebben |
| jullie | zouden geheven hebben |
| zij | zouden geheven hebben |
Imperative - Gebiedende wijs
Verbs similar to 'heffen'
beffen,
keffen,
doffen,
hebben,
helen,
hellen,
helpen,
heren,
heten,
maffen,
Sample Sentences
-
[...] water opkwam, bespeurde ik waar hij lag, en met een touw, dat ik om hem sloeg en de Negers liet inhalen, sleepten zij het op strand. Het was een bijzonder gevlekte en schoone luipaard, en de Negers hieven van verbazing, dat ik hem gedood had, de handen omhoog.
(Robinson Crusoe)
-
[...] den koevoet eene opening naar het ruim, en vond verscheidene vaten, die ik los werkte, maar kon ze niet openbreken. Ook vond ik eene rol Engelsen lood, maar dit was te zwaar voor mij, om het op te heffen.
(Robinson Crusoe)
-
[...] hij hen dit in hunne taal elkander had hooren toeroepen, want het was hun onmogelijk te begrijpen, dat een man vuur spuwen en donder spreken en van uit de verte dooden kon, zonder de hand op te heffen, gelijk thans geschied was.—De oude wilde had gelijk, want gelijk ik naderhand langs een anderen weg vernam, de wilden uit die streek hebben nimmer weder beproefd het eiland te naderen. Zij waren [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] gebonden; en toen er vier of vijf van de eersten op strand gesprongen waren, deden zij de drie gevangenen uit de boot gaan. Een van de drie stelde zich aan als een wanhopige, de beide anderen hieven slechts een paar malen de handen hemelwaarts, en schenen zeer neêrslagtig, schoon niet zoo ontsteld als de eerste. Ik was geheel verbaasd over hetgeen ik zag, en wist niet wat ik er van begrijpen [...]
(Robinson Crusoe)
Etymology
From Middle Dutch heffen, from Old Dutch heffen, from Proto-West Germanic *habbjan, from Proto-Germanic *habjaną, a class 6 strong verb with j-present, from Proto-Indo-European *kh₂pyéti, from the root *kap- (“to seize”). See: Proto-Germanic '
*habjaną'.
Verbs referencing "heffen"
English
heave, German, old spelling
heben, Icelandic
hefja, Danish
hæve, German, Pennsylvania
hewe, Swedish
häva, Luxembourgish
hiewen, Cimbrian höoban.
Additional Information