vorderen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of vorderen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: vorderen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: vorderend
Past participle - Verleden deelwoord: gevorderd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikvorder
jijvordert
hijvordert
wijvorderen
jullievorderen
zijvorderen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gevorderd
jijhebt gevorderd
hijheeft gevorderd
wijhebben gevorderd
julliehebben gevorderd
zijhebben gevorderd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikvorderde
jijvorderde
hijvorderde
wijvorderden
jullievorderden
zijvorderden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gevorderd
jijhad gevorderd
hijhad gevorderd
wijhadden gevorderd
julliehadden gevorderd
zijhadden gevorderd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal vorderen
jijzult vorderen
hijzal vorderen
wijzullen vorderen
julliezullen vorderen
zijzullen vorderen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gevorderd hebben
jijzult gevorderd hebben
hijzal gevorderd hebben
wijzullen gevorderd hebben
julliezullen gevorderd hebben
zijzullen gevorderd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou vorderen
jijzou vorderen
hijzou vorderen
wijzouden vorderen
julliezouden vorderen
zijzouden vorderen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gevorderd hebben
jijzou gevorderd hebben
hijzou gevorderd hebben
wijzouden gevorderd hebben
julliezouden gevorderd hebben
zijzouden gevorderd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijvorder

Translations

Synonyms & Antonyms

Synonyms

opschieten
vooruitgaan, vooruitkomen

Sample Sentences

  • Den zesden dag onzer reis kwamen wij op de reede van Yarmouth, daar de tegenwinden en windstilten ons niet veel hadden doen vorderen, sedert den storm. Wij waren verpligt op deze reede te ankeren, omdat de wind voor ons ongunstig was, dat wil zeggen, dat hij Z.W. bleef, gedurende zeven of acht dagen. Verscheidene groote schepen [...] (Robinson Crusoe)
  • Toen ik met mijne heining ongeveer vijftig ellen gevorderd was, kwam dat denkbeeld het eerst bij mij op en deed mij dadelijk mijn werk staken. Ik besloot daarop vooreerst een stuk af te perken van honderd en vijftig el lang, en honderd el breed, hetwelk [...] (Robinson Crusoe)
  • [...] en tot eene beoordeeling, als het ware van het regtvaardige eener zoodanige beschikking, die sommigen het licht onthouden, en het aan anderen geschonken had, en toch van allen gelijke pligten vorderde. Maar ik bedwong ten laatste mijne overwegingen door de bedenking, dat ik niet wist naar welken maatstaf zijlieden geoordeeld zouden worden; maar dat, daar God noodwendig en door de natuur van zijn [...] (Robinson Crusoe)
  • [...] het mijne op dit eiland eenige schade toebrengen, en middelerwijl mijne bevelen gehoorzamen. " Ten tweede, dat als het schip hernomen mogt worden, gij mij en mijne goederen, zonder passagegeld te vorderen, naar Engeland zult medenemen. " (Robinson Crusoe)

Etymology

From Middle Dutch vorderen, from Old Dutch fortheron, from Proto-Germanic *furþerōną. See: Old Dutch 'fortheron'.

Additional Information