heten – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of heten

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: heten
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: hetend
Past participle - Verleden deelwoord: geheten

Cognates

See the 5 cognates of heten

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikheet
jijheet
hijheet
wijheten
jullieheten
zijheten

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geheten
jijhebt geheten
hijheeft geheten
wijhebben geheten
julliehebben geheten
zijhebben geheten

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikheette
jijheette
hijheette
wijheetten
jullieheetten
zijheetten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geheten
jijhad geheten
hijhad geheten
wijhadden geheten
julliehadden geheten
zijhadden geheten

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal heten
jijzult heten
hijzal heten
wijzullen heten
julliezullen heten
zijzullen heten

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geheten hebben
jijzult geheten hebben
hijzal geheten hebben
wijzullen geheten hebben
julliezullen geheten hebben
zijzullen geheten hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou heten
jijzou heten
hijzou heten
wijzouden heten
julliezouden heten
zijzouden heten

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geheten hebben
jijzou geheten hebben
hijzou geheten hebben
wijzouden geheten hebben
julliezouden geheten hebben
zijzouden geheten hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijheet

Verbs conjugated like 'heten'

heten,

Verbs similar to 'heten'

eten, haten, helen, heren, meten, weten, baten, beven, boeten, delen,

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

  • Ik zou dezen Moor wel hebben kunnen medenemen en den jongen over boord werpen, maar het was niet raadzaam geweest hem te vertrouwen. Toen hij weg was zeide ik tot den knaap, die Xury heette: " Zoo gij mij getrouw wilt blijven, Xury, zal ik een man van u maken, maar zoo gij niet bij Mahomed en zijn vaders baard mij trouw wilt zweren, zal ik u ook over boord werpen. " De knaap zag mij [...] (Robinson Crusoe)
  • [...] aan de andere zijde zeewaarts. Ik besloot dus, gelijk zeker wel het geval zal geweest zijn, dat dit Kaap Verd was, en dat gindsche eilanden, die waren, welke naar dezelve Kaap Verdische eilanden heeten. Zij lagen echter op een grooten afstand; en ik wist niet wat mij best te doen stond, want zoo ik door eene windvlaag overvallen werd, zou ik nimmer de eene noch de andere bereiken. (Robinson Crusoe)
  • [...] wilde, en gaf hem wederkeerig te kennen, dat ik over hem voldaan was. Weldra beproefde ik hem te leeren spreken en mij van hem te doen verstaan. Ik gaf hem vooreerst te kennen, dat hij Vrijdag zou heeten, omdat ik hem op Vrijdag het leven gered had. Ik leerde hem daarop meester zeggen, en wees hem dat ik dit was, en leerde hem ja en neen zeggen, en wat dit beduidde. Ik gaf hem melk in een aarden [...] (Robinson Crusoe)
  • Eenigen tijd daarna kwam ik daar in mijn nieuw gewaad aanstappen, en heette nu weder Gouverneur. Toen de kapitein bij mij was, liet ik het volk voor mij brengen, en zeide hun thans een volledig verslag van hunne schelmsche handelwijze van den kapitein ontvangen te hebben, [...] (Robinson Crusoe)

Etymology

From Middle Dutch hêten, from Old Dutch hētan, from Proto-West Germanic *haitan, from Proto-Germanic *haitaną. See: Proto-Germanic '*haitaną'.

Verbs referencing "heten"

German, old spelling heißen, Norwegian hete, Luxembourgish heeschen.

Additional Information