Nominal Forms
Infinitive - Onbepaalde wijs: heten
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: hetend
Past participle - Verleden deelwoord: geheten
Indicative - Aantonende wijs
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
| ik | heet |
| jij | heet |
| hij | heet |
| wij | heten |
| jullie | heten |
| zij | heten |
Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
| ik | heb geheten |
| jij | hebt geheten |
| hij | heeft geheten |
| wij | hebben geheten |
| jullie | hebben geheten |
| zij | hebben geheten |
Past
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
| ik | heette |
| jij | heette |
| hij | heette |
| wij | heetten |
| jullie | heetten |
| zij | heetten |
Past Perfect
Voltooid verleden tijd [v v t]
| ik | had geheten |
| jij | had geheten |
| hij | had geheten |
| wij | hadden geheten |
| jullie | hadden geheten |
| zij | hadden geheten |
Future
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
| ik | zal heten |
| jij | zult heten |
| hij | zal heten |
| wij | zullen heten |
| jullie | zullen heten |
| zij | zullen heten |
Future Perfect
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
| ik | zal geheten hebben |
| jij | zult geheten hebben |
| hij | zal geheten hebben |
| wij | zullen geheten hebben |
| jullie | zullen geheten hebben |
| zij | zullen geheten hebben |
Conditional
Imperfect
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
| ik | zou heten |
| jij | zou heten |
| hij | zou heten |
| wij | zouden heten |
| jullie | zouden heten |
| zij | zouden heten |
Perfect
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
| ik | zou geheten hebben |
| jij | zou geheten hebben |
| hij | zou geheten hebben |
| wij | zouden geheten hebben |
| jullie | zouden geheten hebben |
| zij | zouden geheten hebben |
Imperative - Gebiedende wijs
Verbs conjugated like 'heten'
heten,
Verbs similar to 'heten'
eten,
haten,
helen,
heren,
meten,
weten,
baten,
beven,
boeten,
delen,
Translations
Synonyms & Antonyms
Sample Sentences
-
Ik zou dezen Moor wel hebben kunnen medenemen en den jongen over boord werpen, maar het was niet raadzaam geweest hem te vertrouwen. Toen hij weg was zeide ik tot den knaap, die Xury heette: " Zoo gij mij getrouw wilt blijven, Xury, zal ik een man van u maken, maar zoo gij niet bij Mahomed en zijn vaders baard mij trouw wilt zweren, zal ik u ook over boord werpen. " De knaap zag mij [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] aan de andere zijde zeewaarts. Ik besloot dus, gelijk zeker wel het geval zal geweest zijn, dat dit Kaap Verd was, en dat gindsche eilanden, die waren, welke naar dezelve Kaap Verdische eilanden heeten. Zij lagen echter op een grooten afstand; en ik wist niet wat mij best te doen stond, want zoo ik door eene windvlaag overvallen werd, zou ik nimmer de eene noch de andere bereiken.
(Robinson Crusoe)
-
[...] wilde, en gaf hem wederkeerig te kennen, dat ik over hem voldaan was. Weldra beproefde ik hem te leeren spreken en mij van hem te doen verstaan. Ik gaf hem vooreerst te kennen, dat hij Vrijdag zou heeten, omdat ik hem op Vrijdag het leven gered had. Ik leerde hem daarop meester zeggen, en wees hem dat ik dit was, en leerde hem ja en neen zeggen, en wat dit beduidde. Ik gaf hem melk in een aarden [...]
(Robinson Crusoe)
-
Eenigen tijd daarna kwam ik daar in mijn nieuw gewaad aanstappen, en heette nu weder Gouverneur. Toen de kapitein bij mij was, liet ik het volk voor mij brengen, en zeide hun thans een volledig verslag van hunne schelmsche handelwijze van den kapitein ontvangen te hebben, [...]
(Robinson Crusoe)
Etymology
From Middle Dutch hêten, from Old Dutch hētan, from Proto-West Germanic *haitan, from Proto-Germanic *haitaną. See: Proto-Germanic '
*haitaną'.
Verbs referencing "heten"
German, old spelling
heißen, Norwegian
hete, Luxembourgish
heeschen.
Additional Information