Nominal Forms
Infinitive - Onbepaalde wijs: helen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: helend
Past participle - Verleden deelwoord: geheeld
Cognates
-
Indicative - Aantonende wijs
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
| ik | heel |
| jij | heelt |
| hij | heelt |
| wij | helen |
| jullie | helen |
| zij | helen |
Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
| ik | heb geheeld |
| jij | hebt geheeld |
| hij | heeft geheeld |
| wij | hebben geheeld |
| jullie | hebben geheeld |
| zij | hebben geheeld |
Past
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
| ik | heelde |
| jij | heelde |
| hij | heelde |
| wij | heelden |
| jullie | heelden |
| zij | heelden |
Past Perfect
Voltooid verleden tijd [v v t]
| ik | had geheeld |
| jij | had geheeld |
| hij | had geheeld |
| wij | hadden geheeld |
| jullie | hadden geheeld |
| zij | hadden geheeld |
Future
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
| ik | zal helen |
| jij | zult helen |
| hij | zal helen |
| wij | zullen helen |
| jullie | zullen helen |
| zij | zullen helen |
Future Perfect
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
| ik | zal geheeld hebben |
| jij | zult geheeld hebben |
| hij | zal geheeld hebben |
| wij | zullen geheeld hebben |
| jullie | zullen geheeld hebben |
| zij | zullen geheeld hebben |
Conditional
Imperfect
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
| ik | zou helen |
| jij | zou helen |
| hij | zou helen |
| wij | zouden helen |
| jullie | zouden helen |
| zij | zouden helen |
Perfect
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
| ik | zou geheeld hebben |
| jij | zou geheeld hebben |
| hij | zou geheeld hebben |
| wij | zouden geheeld hebben |
| jullie | zouden geheeld hebben |
| zij | zouden geheeld hebben |
Imperative - Gebiedende wijs
Verbs conjugated like 'helen'
aanberen,
aanhalen,
aanhelen,
aanhogen,
aanklagen,
aanleren,
aanmarcheren,
aanmeren,
aanrazeren,
aanschemeren,
aansmeren,
aanspelen,
aanspugen,
aantelen,
aanvegen,
aanzagen,
abandonneren,
abdiceren,
abdiqueren,
abduceren, etc. (List truncated at 20 verbs)
Verbs similar to 'helen'
delen,
halen,
hellen,
helpen,
heren,
heten,
kelen,
melen,
pelen,
telen,
Translations
cure, to restore to health
cure, to bring (a disease) to an end
heal, make better
Synonyms & Antonyms
Sample Sentences
-
[...] voornemens duurden zoo lang de storm aanhield en zelfs nog eenigen tijd daarna, maar den volgenden dag werd de wind bedaard, de zee werd kalm, en ik begon er mij aan te gewennen; echter was ik dien geheelen dag zeer ernstig, want ik was nog een weinig zeeziek. Tegen den avond klaarde de lucht op, de wind ging geheel liggen, en het werd een verrukkelijk schoone avond. De zon ging onbewolkt onder en even [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] mijne zijde. Hierop ging ik voor de eerste maal naar bed en sliep zeer gerust den geheelen nacht, daar ik zeer vermoeid en uitgeput was, want ik had den vorigen nacht zeer weinig geslapen, en den geheelen dag hard gewerkt, om al die zaken van het schip te halen, en aan land te brengen.
(Robinson Crusoe)
-
27 Junij. De koorts was weder zoo hevig, dat ik den geheelen dag liggen bleef, zonder te eten of te drinken. Ik stierf schier van dorst, maar was te zwak om op te staan en water te halen. Ik bad weder tot God, maar was bedwelmd van hoofd, en als dit niet het [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] dat ik hier aan land kwam, op dezelfde wijze als den eersten door. Ik was hier nu twee jaren geweest, en had geen meer vooruitzigt van bevrijd te worden dan den eersten dag toen ik hier kwam. Den geheelen dag bragt ik door in dankzeggingen over de vele genadebewijzen, mij in mijn eenzamen toestand te beurt gevallen. Ik dankte God dat Hij mij ontdekt had, dat ik zelfs in dezen toestand gelukkiger kon [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] geene meerdere gemoedskwelling dan anders, maar kon toch niet slapen, zelfs geen oogenblik insluimeren. Het is even onmogelijk als noodeloos de menigte van gedachten te vermelden, die gedurende dien geheelen nacht bij mij opkwamen. Mijn geheele leven kwam mij als in een kort bestek, achtervolgens voor den geest, tot aan mijne komst op het eiland, en even zoo dat gedeelte mijns levens, dat ik op hetzelve [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] eerste maal aan land kwam en in het rond zag; hoe ik mij verloren achtte, hoe ik verwilderd in het rond staarde, welken schrikkelijken angst ik uitstond, en hoe ik, uit vrees voor wilde dieren, den geheelen nacht op een boom doorbragt. Even als ik dien nacht niets wist van den onderstand, dien ik ontvangen zou, doordien wind en tij het schip digter bij het land drijven zouden, waardoor ik sedert zoo [...]
(Robinson Crusoe)
Etymology
From Middle Dutch hêlen, from Old Dutch *hēlen, from Proto-West Germanic *hailijan, from Proto-Germanic *hailijaną. Doublet of healen. See: Proto-Germanic '
*hailijaną'.
Verbs referencing "helen"
English
heal, Old English
hælan, English
hele, Danish
hæle, Old English
helan, Old Saxon
helian, Luxembourgish
heelen, Swedish
häla.
Additional Information