helen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of helen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: helen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: helend
Past participle - Verleden deelwoord: geheeld

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikheel
jijheelt
hijheelt
wijhelen
julliehelen
zijhelen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geheeld
jijhebt geheeld
hijheeft geheeld
wijhebben geheeld
julliehebben geheeld
zijhebben geheeld

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikheelde
jijheelde
hijheelde
wijheelden
jullieheelden
zijheelden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geheeld
jijhad geheeld
hijhad geheeld
wijhadden geheeld
julliehadden geheeld
zijhadden geheeld

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal helen
jijzult helen
hijzal helen
wijzullen helen
julliezullen helen
zijzullen helen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geheeld hebben
jijzult geheeld hebben
hijzal geheeld hebben
wijzullen geheeld hebben
julliezullen geheeld hebben
zijzullen geheeld hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou helen
jijzou helen
hijzou helen
wijzouden helen
julliezouden helen
zijzouden helen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geheeld hebben
jijzou geheeld hebben
hijzou geheeld hebben
wijzouden geheeld hebben
julliezouden geheeld hebben
zijzouden geheeld hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijheel

Translations

  • cure, to restore to health
  • cure, to bring (a disease) to an end
  • heal, make better
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    • [...] voornemens duurden zoo lang de storm aanhield en zelfs nog eenigen tijd daarna, maar den volgenden dag werd de wind bedaard, de zee werd kalm, en ik begon er mij aan te gewennen; echter was ik dien geheelen dag zeer ernstig, want ik was nog een weinig zeeziek. Tegen den avond klaarde de lucht op, de wind ging geheel liggen, en het werd een verrukkelijk schoone avond. De zon ging onbewolkt onder en even [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] mijne zijde. Hierop ging ik voor de eerste maal naar bed en sliep zeer gerust den geheelen nacht, daar ik zeer vermoeid en uitgeput was, want ik had den vorigen nacht zeer weinig geslapen, en den geheelen dag hard gewerkt, om al die zaken van het schip te halen, en aan land te brengen. (Robinson Crusoe)
    • 27 Junij. De koorts was weder zoo hevig, dat ik den geheelen dag liggen bleef, zonder te eten of te drinken. Ik stierf schier van dorst, maar was te zwak om op te staan en water te halen. Ik bad weder tot God, maar was bedwelmd van hoofd, en als dit niet het [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] dat ik hier aan land kwam, op dezelfde wijze als den eersten door. Ik was hier nu twee jaren geweest, en had geen meer vooruitzigt van bevrijd te worden dan den eersten dag toen ik hier kwam. Den geheelen dag bragt ik door in dankzeggingen over de vele genadebewijzen, mij in mijn eenzamen toestand te beurt gevallen. Ik dankte God dat Hij mij ontdekt had, dat ik zelfs in dezen toestand gelukkiger kon [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] geene meerdere gemoedskwelling dan anders, maar kon toch niet slapen, zelfs geen oogenblik insluimeren. Het is even onmogelijk als noodeloos de menigte van gedachten te vermelden, die gedurende dien geheelen nacht bij mij opkwamen. Mijn geheele leven kwam mij als in een kort bestek, achtervolgens voor den geest, tot aan mijne komst op het eiland, en even zoo dat gedeelte mijns levens, dat ik op hetzelve [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] eerste maal aan land kwam en in het rond zag; hoe ik mij verloren achtte, hoe ik verwilderd in het rond staarde, welken schrikkelijken angst ik uitstond, en hoe ik, uit vrees voor wilde dieren, den geheelen nacht op een boom doorbragt. Even als ik dien nacht niets wist van den onderstand, dien ik ontvangen zou, doordien wind en tij het schip digter bij het land drijven zouden, waardoor ik sedert zoo [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch hêlen, from Old Dutch *hēlen, from Proto-West Germanic *hailijan, from Proto-Germanic *hailijaną. Doublet of healen. See: Proto-Germanic '*hailijaną'.

    Verbs referencing "helen"

    English heal, Old English hælan, English hele, Danish hæle, Old English helan, Old Saxon helian, Luxembourgish heelen, Swedish häla.

    Additional Information