stoten – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of stoten

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: stoten
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: stotend
Past participle - Verleden deelwoord: gestoten

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikstoot
jijstoot
hijstoot
wijstoten
julliestoten
zijstoten

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gestoten
jijhebt gestoten
hijheeft gestoten
wijhebben gestoten
julliehebben gestoten
zijhebben gestoten

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikstiet; stootte
jijstiet; stootte
hijstiet; stootte
wijstieten; stootten
julliestieten; stootten
zijstieten; stootten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gestoten
jijhad gestoten
hijhad gestoten
wijhadden gestoten
julliehadden gestoten
zijhadden gestoten

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal stoten
jijzult stoten
hijzal stoten
wijzullen stoten
julliezullen stoten
zijzullen stoten

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gestoten hebben
jijzult gestoten hebben
hijzal gestoten hebben
wijzullen gestoten hebben
julliezullen gestoten hebben
zijzullen gestoten hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou stoten
jijzou stoten
hijzou stoten
wijzouden stoten
julliezouden stoten
zijzouden stoten

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gestoten hebben
jijzou gestoten hebben
hijzou gestoten hebben
wijzouden gestoten hebben
julliezouden gestoten hebben
zijzouden gestoten hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijstoot

Verbs conjugated like 'stoten'

aanstoten, afstoten, stoten, verstoten,

Verbs similar to 'stoten'

stomen, storen, storten, stoven, afstoten, smoren, spotten, staken, staren, starten,

Translations

  • bump, to knock against with a light blow or collision
  • push, to apply a force to something so that it moves away
  • stub, to jam, hit, or bump, especially a toe
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    haperen
    schokken, horten, stokken
    botsen
    stuiten
    duwen
    porren

    Sample Sentences

    • [...] het bijkans noodlottig met mij afgeloopen; want nadat de zee mij, gelijk te voren, naar land had gesleept, wierp zij mij tegen eene klip, en dat met zoo veel geweld, dat ik bewusteloos nederzeeg. De stoot, dien ik op mijne zijde en borst ontving, benam mij den adem, en zoo de zee onmiddellijk terug gekomen ware, zou ik verstikt zijn in het water; maar voor dat dit gebeurde, was ik een weinig tot mij [...] (Robinson Crusoe)
    • Vervolgens bedacht ik, hoe goed voor mijn onderhoud gezorgd was, en wat mijn lot zou geweest zijn, als niet (hetgeen honderdduizend tegen een was ) het schip van de plaats, waar het eerst gestooten had, vlot geraakt, en zoo digt bij den wal gedreven was, dat ik in staat was geweest, er al die goederen uit te halen. Hoe zou mijn toestand geweest zijn, als ik had moeten leven in den staat, [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] het strand verlieten. Ik twijfel niet of zij waren er verscheidene malen, nadat ik hun spoor ontdekt had, geweest; en ik huiverde bij de gedachte wat mijn toestand zou geweest zijn, als ik op hen gestooten had, en zij mij ontdekt hadden, alleen gewapend met een geweer, soms met eenigen hagel slechts geladen. Welk een verrassing zou het geweest zijn als ik in plaats van een afdruk van een voet, een [...] (Robinson Crusoe)
    • Dit deed weder nieuwe gissingen bij mij ontstaan; ik geloofde thans, dat deze menschen misschien tot het schip behoord hadden, dat naar mijn eiland heengeslagen was, en dat nadat het schip op de rots gestooten had, en zij een onvermijdelijken dood voor oogen zagen, zij zich in de boot gered hadden en op de woeste kust onder de wilden geland waren. Ik vroeg vervolgens naauwkeuriger wat er van hen geworden [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch stôten, from Old Dutch stōtan, from Proto-West Germanic *stautan, from Proto-Germanic *stautaną. See: Proto-Germanic '*stautaną'.

    Verbs referencing "stoten"

    German, old spelling stoßen, Scots stot, Latin tundo, English stotter, Luxembourgish stoussen, German, Pennsylvania schtoosse, Danish støde.

    Additional Information