bloeden – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of bloeden

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: bloeden
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: bloedend
Past participle - Verleden deelwoord: gebloed

Cognates

See the 5 cognates of bloeden

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikbloed
jijbloedt
hijbloedt
wijbloeden
julliebloeden
zijbloeden

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gebloed
jijhebt gebloed
hijheeft gebloed
wijhebben gebloed
julliehebben gebloed
zijhebben gebloed

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikbloedde
jijbloedde
hijbloedde
wijbloedden
julliebloedden
zijbloedden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gebloed
jijhad gebloed
hijhad gebloed
wijhadden gebloed
julliehadden gebloed
zijhadden gebloed

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal bloeden
jijzult bloeden
hijzal bloeden
wijzullen bloeden
julliezullen bloeden
zijzullen bloeden

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gebloed hebben
jijzult gebloed hebben
hijzal gebloed hebben
wijzullen gebloed hebben
julliezullen gebloed hebben
zijzullen gebloed hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou bloeden
jijzou bloeden
hijzou bloeden
wijzouden bloeden
julliezouden bloeden
zijzouden bloeden

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gebloed hebben
jijzou gebloed hebben
hijzou gebloed hebben
wijzouden gebloed hebben
julliezouden gebloed hebben
zijzouden gebloed hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijbloed

Translations

  • bleed, lose blood
  • blood, to cause to be covered with blood
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    • [...] stond hij een oogenblik als versteend van verbazing, keerde hem op de eene en de andere zijde, bezag zijne wond waaruit weinig bloed gekomen was, omdat de kogel in de borst zat en de wond inwendig gebloed had. Daarop kwam hij met zijn boog en pijlen terug, en ik keerde mij om, om heen te gaan, en wenkte hem door teekens mij te volgen. Hij gaf mij echter te kennen, dat hij de lijken eerst in het zand [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch bloeden, from Old Dutch *bluoden, from Proto-West Germanic *blōdijan, from Proto-Germanic *blōdijaną.

    Verbs referencing "bloeden"

    English bleed, Low Saxon blöden, Luxembourgish bludden.

    Additional Information