aandoen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of aandoen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: aandoen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: aandoend
Past participle - Verleden deelwoord: aangedaan

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikdoe aan
jijdoet aan
hijdoet aan
wijdoen aan
julliedoen aan
zijdoen aan

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb aangedaan
jijhebt aangedaan
hijheeft aangedaan
wijhebben aangedaan
julliehebben aangedaan
zijhebben aangedaan

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikdeed aan
jijdeed aan
hijdeed aan
wijdeden aan
julliededen aan
zijdeden aan

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad aangedaan
jijhad aangedaan
hijhad aangedaan
wijhadden aangedaan
julliehadden aangedaan
zijhadden aangedaan

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal aandoen
jijzult aandoen
hijzal aandoen
wijzullen aandoen
julliezullen aandoen
zijzullen aandoen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal aangedaan hebben
jijzult aangedaan hebben
hijzal aangedaan hebben
wijzullen aangedaan hebben
julliezullen aangedaan hebben
zijzullen aangedaan hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou aandoen
jijzou aandoen
hijzou aandoen
wijzouden aandoen
julliezouden aandoen
zijzouden aandoen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou aangedaan hebben
jijzou aangedaan hebben
hijzou aangedaan hebben
wijzouden aangedaan hebben
julliezouden aangedaan hebben
zijzouden aangedaan hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijdoe aan

Verbs conjugated like 'aandoen'

aandoen, dichtdoen, doen, meedoen, ontdoen, overdoen, voldoen, voordoen,

Translations

Synonyms & Antonyms

Synonyms

aantrekken
omdoen, omslaan
berokkenen
bezorgen, toebrengen, veroorzaken
lijken
voorkomen
aanleggen
bezoeken
aandraaien
aansteken, aanzetten, inschakelen, starten

Sample Sentences

  • [...] hem over het gelaat stroomden, vooral toen hij van mijn gesneuvelden broeder sprak; en toen hij van mijn berouw in later tijd gewaagde, en dat mij alsdan niemand zou te hulp komen, was hij zoo aangedaan, dat hij het gesprek afbrak, en mij verklaarde, dat zijn hart te vol was en hij niet meer spreken kon. (Robinson Crusoe)
  • [...] dat ik op een deel des eilands was geworpen waar de wilden nimmer kwamen. Zoo ik hier vroeger gekomen was, had ik ingezien, dat de kanoes, die wat ver in zee geraakt waren, dit eiland dikwijls aandeden, om daar te overnachten. Ook na in hunne kanoes gevochten en gevangenen gemaakt te hebben, bragten zij die volgens hunne gewoonte hierheen, om ze te slagten en op te eten, daar het allen hier [...] (Robinson Crusoe)
  • [...] weinig die rampzaligen aan te vallen, dat ik in al dien tijd geene enkele maal den heuvel opklom, om te zien of er ook eenigen in het gezigt waren, of te weten, of zij al of niet het eiland hadden aangedaan; ten einde niet in verzoeking te geraken mijne vroegere middelen te bezigen, of door eenig voordeel tot een aanval op hen verlokt te worden. Echter haalde ik mijne boot van de andere zijde van het [...] (Robinson Crusoe)
  • [...] melken mijner geiten en het nazien mijner kudde in het bosch, die als geheel aan de andere zijde van het eiland, buiten alle gevaar was; want het was zeker, dat de wilden, die somtijds het eiland aandeden, er nimmer iets dachten te vinden, en dus nooit het strand verlieten. Ik twijfel niet of zij waren er verscheidene malen, nadat ik hun spoor ontdekt had, geweest; en ik huiverde bij de gedachte wat [...] (Robinson Crusoe)
  • [...] door mijne bemiddeling hunne kleederen en kisten gevoegd had, waarvoor zij zeer dankbaar waren. Ik moedigde hen wat aan door de verzekering, dat als ik eenig vaartuig ontmoette dat het eiland kon aandoen en hen innemen, ik hen niet vergeten zou. (Robinson Crusoe)

Etymology

From aan + doen.

Additional Information