omslaan – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of omslaan

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: omslaan
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: omslaand
Past participle - Verleden deelwoord: omgeslagen

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

iksla om
jijslaat om
hijslaat om
wijslaan om
jullieslaan om
zijslaan om

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb omgeslagen
jijhebt omgeslagen
hijheeft omgeslagen
wijhebben omgeslagen
julliehebben omgeslagen
zijhebben omgeslagen

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

iksloeg om
jijsloeg om
hijsloeg om
wijsloegen om
julliesloegen om
zijsloegen om

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad omgeslagen
jijhad omgeslagen
hijhad omgeslagen
wijhadden omgeslagen
julliehadden omgeslagen
zijhadden omgeslagen

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal omslaan
jijzult omslaan
hijzal omslaan
wijzullen omslaan
julliezullen omslaan
zijzullen omslaan

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal omgeslagen hebben
jijzult omgeslagen hebben
hijzal omgeslagen hebben
wijzullen omgeslagen hebben
julliezullen omgeslagen hebben
zijzullen omgeslagen hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou omslaan
jijzou omslaan
hijzou omslaan
wijzouden omslaan
julliezouden omslaan
zijzouden omslaan

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou omgeslagen hebben
jijzou omgeslagen hebben
hijzou omgeslagen hebben
wijzouden omgeslagen hebben
julliezouden omgeslagen hebben
zijzouden omgeslagen hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijsla om

Translations

  • overturn, to turn over, capsize
  • wrench, to sprain a joint
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    ombuigen
    omvouwen
    kantelen
    kapseizen, omkiepen, omvallen

    Sample Sentences

    • [...] of liever drijvens, kwam eene geweldige zee achter ons aan rollen, en gaf ons duidelijk te kennen, dat dit onze genadeslag was. Zij sloeg met zoo veel geweld over ons heen, dat de boot dadelijk omsloeg, en ons zoo wel van de boot als van elkander scheidde, zoo dat wij naauwelijks konden uitroepen: " o, God ! " want wij waren in een oogenblik allen door de zee verzwolgen. (Robinson Crusoe)
    • [...] was zoo onhandelbaar en zoo overladen, dat, nadat ik den kleinen inham binnengevaren was, waar ik de overige goederen aan land had gebragt, daar ik dit niet zoo goed besturen kon als de andere, het omsloeg, en ik met al de lading in het water viel. Voor mij was dit van weinig belang, want ik was digt bij land; maar van mijne lading ging het grootste gedeelte verloren, vooral het ijzer, dat ik gehoopt [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch ommeslaen. Equivalent to om + slaan.

    Additional Information