verloven – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of verloven

The word "verloven" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: verloven
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: verlovend
Past participle - Verleden deelwoord: verloofd

Cognates

See the 2 cognates of verloven

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikverloof
jijverlooft
hijverlooft
wijverloven
jullieverloven
zijverloven

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb verloofd
jijhebt verloofd
hijheeft verloofd
wijhebben verloofd
julliehebben verloofd
zijhebben verloofd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikverloofde
jijverloofde
hijverloofde
wijverloofden
jullieverloofden
zijverloofden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad verloofd
jijhad verloofd
hijhad verloofd
wijhadden verloofd
julliehadden verloofd
zijhadden verloofd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal verloven
jijzult verloven
hijzal verloven
wijzullen verloven
julliezullen verloven
zijzullen verloven

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal verloofd hebben
jijzult verloofd hebben
hijzal verloofd hebben
wijzullen verloofd hebben
julliezullen verloofd hebben
zijzullen verloofd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou verloven
jijzou verloven
hijzou verloven
wijzouden verloven
julliezouden verloven
zijzouden verloven

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou verloofd hebben
jijzou verloofd hebben
hijzou verloofd hebben
wijzouden verloofd hebben
julliezouden verloofd hebben
zijzouden verloofd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijverloof

Verbs conjugated like 'verloven'

aandraven, aaneenkleven, aanschaven, afroven, afschaven, afsloven, beleven, beloven, beroven, beschaven, beven, dichtreven, doven, draven, geloven, kleven, kloven, laven, leven, loven, etc. (List truncated at 20 verbs)

Verbs similar to 'verloven'

Translations

  • betroth, to promise to give in marriage
  • engage, to bind through legal or moral obligation
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    • Dynastieën verloven hun prinsen vaak om diplomatieke redenen. (Dynasties often engage their princes for diplomatic reasons.)

    Etymology

    From ver- + loven.

    Verbs referencing "verloven"

    German, old spelling verloben, Norwegian forlove.

    Additional Information