verkopen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of verkopen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: verkopen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: verkopend
Past participle - Verleden deelwoord: verkocht

Cognates

See the 2 cognates of verkopen

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikverkoop
jijverkoopt
hijverkoopt
wijverkopen
jullieverkopen
zijverkopen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb verkocht
jijhebt verkocht
hijheeft verkocht
wijhebben verkocht
julliehebben verkocht
zijhebben verkocht

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikverkocht
jijverkocht
hijverkocht
wijverkochten
jullieverkochten
zijverkochten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad verkocht
jijhad verkocht
hijhad verkocht
wijhadden verkocht
julliehadden verkocht
zijhadden verkocht

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal verkopen
jijzult verkopen
hijzal verkopen
wijzullen verkopen
julliezullen verkopen
zijzullen verkopen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal verkocht hebben
jijzult verkocht hebben
hijzal verkocht hebben
wijzullen verkocht hebben
julliezullen verkocht hebben
zijzullen verkocht hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou verkopen
jijzou verkopen
hijzou verkopen
wijzouden verkopen
julliezouden verkopen
zijzouden verkopen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou verkocht hebben
jijzou verkocht hebben
hijzou verkocht hebben
wijzouden verkocht hebben
julliezouden verkocht hebben
zijzouden verkocht hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijverkoop

Verbs conjugated like 'verkopen'

inkopen, kopen, omkopen, verkopen,

Translations

  • monger, sell
  • sell, to agree to transfer goods or provide services
  • vend, sell
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    handelen
    handeldrijven, verhandelen
    ontdoen
    opruimen, wegdoen
    overdoen
    afstaan
    schenken
    slijten
    slijten
    kwijtraken
    wegdoen
    afdanken, opruimen, weggooien

    Sample Sentences

    • [...] uit te rusten. Alle drie hadden plantaadjen zoo wel als ik, en zij hadden aan niets meer behoefte dan aan werklieden. Zij konden geen slavenhandel drijven, omdat de Negers in het openbaar moesten verkocht worden; dus wilden zij slechts ééne reis doen, de Negers heimelijk aan wal brengen, en die onderling op hunne plantaadjen verdeelen. Kortom, de vraag was, of ik als hun supercargo aan boord wilde [...] (Robinson Crusoe)
    • Na op deze wijze mijne zaken geschikt, mijne lading verkocht, en voor al mijne goederen wissels gekocht te hebben, was de vraag, hoe ik naar Engeland zou gaan. Hoezeer ik ook aan de zee gewoon was, had ik toen een sterken tegenzin om ter zee naar Engeland te [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] zou ook zoo geweest zijn als ik niet tot een zwervend leven bestemd was geweest. Ik had vrouw noch kinderen, weinig bloedverwanten, en hoezeer rijk, weinig bekenden, en schoon ik mijne plantaadje verkocht had, lag Brazilië mij nog altijd in het hoofd. Nog meer verlangde ik mijn eiland weder te zien en te vernemen of de arme Spanjaards daar gekomen, en hoe zij door de daar achtergelaten schurken [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch vercôpen, from Old Dutch farkōpon. Equivalent to ver- + kopen. See: Old Dutch 'farkōpon'.

    Verbs referencing "verkopen"

    German, old spelling verkaufen, Low Saxon verköpen, Luxembourgish verkafen, German, Pennsylvania verkaafe.

    Additional Information