afdanken – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of afdanken

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: afdanken
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: afdankend
Past participle - Verleden deelwoord: afgedankt

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikdank af
jijdankt af
hijdankt af
wijdanken af
julliedanken af
zijdanken af

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb afgedankt
jijhebt afgedankt
hijheeft afgedankt
wijhebben afgedankt
julliehebben afgedankt
zijhebben afgedankt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikdankte af
jijdankte af
hijdankte af
wijdankten af
julliedankten af
zijdankten af

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad afgedankt
jijhad afgedankt
hijhad afgedankt
wijhadden afgedankt
julliehadden afgedankt
zijhadden afgedankt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal afdanken
jijzult afdanken
hijzal afdanken
wijzullen afdanken
julliezullen afdanken
zijzullen afdanken

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal afgedankt hebben
jijzult afgedankt hebben
hijzal afgedankt hebben
wijzullen afgedankt hebben
julliezullen afgedankt hebben
zijzullen afgedankt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou afdanken
jijzou afdanken
hijzou afdanken
wijzouden afdanken
julliezouden afdanken
zijzouden afdanken

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou afgedankt hebben
jijzou afgedankt hebben
hijzou afgedankt hebben
wijzouden afgedankt hebben
julliezouden afgedankt hebben
zijzouden afgedankt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijdank af

Translations

  • discard, to throw away, reject
  • downsize, to terminate the employment of
  • fire, to terminate the employment of
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    ontslaan
    opzeggen, wegsturen
    afschaffen
    wegdoen, weggooien

    Antonyms

    afschaffen
    instellen, invoeren, oprichten, stichten

    Sample Sentences

    Etymology

    From Middle Dutch afdanken. Equivalent to af + danken.

    Additional Information