verkoelen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of verkoelen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: verkoelen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: verkoelend
Past participle - Verleden deelwoord: verkoeld

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikverkoel
jijverkoelt
hijverkoelt
wijverkoelen
jullieverkoelen
zijverkoelen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb verkoeld
jijhebt verkoeld
hijheeft verkoeld
wijhebben verkoeld
julliehebben verkoeld
zijhebben verkoeld

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikverkoelde
jijverkoelde
hijverkoelde
wijverkoelden
jullieverkoelden
zijverkoelden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad verkoeld
jijhad verkoeld
hijhad verkoeld
wijhadden verkoeld
julliehadden verkoeld
zijhadden verkoeld

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal verkoelen
jijzult verkoelen
hijzal verkoelen
wijzullen verkoelen
julliezullen verkoelen
zijzullen verkoelen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal verkoeld hebben
jijzult verkoeld hebben
hijzal verkoeld hebben
wijzullen verkoeld hebben
julliezullen verkoeld hebben
zijzullen verkoeld hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou verkoelen
jijzou verkoelen
hijzou verkoelen
wijzouden verkoelen
julliezouden verkoelen
zijzouden verkoelen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou verkoeld hebben
jijzou verkoeld hebben
hijzou verkoeld hebben
wijzouden verkoeld hebben
julliezouden verkoeld hebben
zijzouden verkoeld hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijverkoel

Translations

  • cool, to make colder (literally)
  • cool, to become less intense, e.g. less amicable
  • cool, to make less intense, e.g. less amicable
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    • 13 November. Dezen dag regende het, hetgeen mij zeer verfrischte, en de aarde verkoelde; maar de regen ging met een verschrikkelijk onweder gepaard, hetgeen mij voor mijn kruid veel angst deed uitstaan. Zoodra dat voorbij was, besloot ik al mijn kruid in kleine gedeelten te bergen, [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch vercoelen. Equivalent to ver- + koelen (“to cool”).

    Additional Information