verhoeden – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of verhoeden

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: verhoeden
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: verhoedend
Past participle - Verleden deelwoord: verhoed

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikverhoed
jijverhoedt
hijverhoedt
wijverhoeden
jullieverhoeden
zijverhoeden

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb verhoed
jijhebt verhoed
hijheeft verhoed
wijhebben verhoed
julliehebben verhoed
zijhebben verhoed

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikverhoedde
jijverhoedde
hijverhoedde
wijverhoedden
jullieverhoedden
zijverhoedden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad verhoed
jijhad verhoed
hijhad verhoed
wijhadden verhoed
julliehadden verhoed
zijhadden verhoed

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal verhoeden
jijzult verhoeden
hijzal verhoeden
wijzullen verhoeden
julliezullen verhoeden
zijzullen verhoeden

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal verhoed hebben
jijzult verhoed hebben
hijzal verhoed hebben
wijzullen verhoed hebben
julliezullen verhoed hebben
zijzullen verhoed hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou verhoeden
jijzou verhoeden
hijzou verhoeden
wijzouden verhoeden
julliezouden verhoeden
zijzouden verhoeden

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou verhoed hebben
jijzou verhoed hebben
hijzou verhoed hebben
wijzouden verhoed hebben
julliezouden verhoed hebben
zijzouden verhoed hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijverhoed

Translations

Synonyms & Antonyms

Synonyms

voorkomen
beletten, verhinderen

Sample Sentences

  • Om dit te verhoeden zag ik, na rijpe overweging, slechts twee middelen, het eerste was, eene andere onderaardsche grot te delven, en ze daar alle avonden in te drijven; en het andere bestond in het afperken van twee of [...] (Robinson Crusoe)

Etymology

Additional Information