prikkelen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of prikkelen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: prikkelen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: prikkelend
Past participle - Verleden deelwoord: geprikkeld

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikprikkel
jijprikkelt
hijprikkelt
wijprikkelen
jullieprikkelen
zijprikkelen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geprikkeld
jijhebt geprikkeld
hijheeft geprikkeld
wijhebben geprikkeld
julliehebben geprikkeld
zijhebben geprikkeld

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikprikkelde
jijprikkelde
hijprikkelde
wijprikkelden
jullieprikkelden
zijprikkelden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geprikkeld
jijhad geprikkeld
hijhad geprikkeld
wijhadden geprikkeld
julliehadden geprikkeld
zijhadden geprikkeld

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal prikkelen
jijzult prikkelen
hijzal prikkelen
wijzullen prikkelen
julliezullen prikkelen
zijzullen prikkelen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geprikkeld hebben
jijzult geprikkeld hebben
hijzal geprikkeld hebben
wijzullen geprikkeld hebben
julliezullen geprikkeld hebben
zijzullen geprikkeld hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou prikkelen
jijzou prikkelen
hijzou prikkelen
wijzouden prikkelen
julliezouden prikkelen
zijzouden prikkelen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geprikkeld hebben
jijzou geprikkeld hebben
hijzou geprikkeld hebben
wijzouden geprikkeld hebben
julliezouden geprikkeld hebben
zijzouden geprikkeld hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijprikkel

Translations

  • excite, to stir the emotions of
  • excite, to arouse or bring out (eg feelings); to stimulate
  • goad, to prod with a goad
  • needle, to tease in order to provoke
  • prickle, to cause someone to feel a prickle
  • stimulate, to encourage into action
  • stimulate, to arouse an organism to functional activity
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    prikken
    steken
    ergeren
    irriteren, ontstemmen
    aanwakkeren
    opwekken, stimuleren
    kriebelen
    prikken, tintelen

    Antonyms

    aanwakkeren
    sussen, bedaren, temperen, kalmeren

    Sample Sentences

    Etymology

    Frequentative verb from prikken + -elen.

    Additional Information