kalmeren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of kalmeren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: kalmeren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: kalmerend
Past participle - Verleden deelwoord: gekalmeerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikkalmeer
jijkalmeert
hijkalmeert
wijkalmeren
julliekalmeren
zijkalmeren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gekalmeerd
jijhebt gekalmeerd
hijheeft gekalmeerd
wijhebben gekalmeerd
julliehebben gekalmeerd
zijhebben gekalmeerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikkalmeerde
jijkalmeerde
hijkalmeerde
wijkalmeerden
julliekalmeerden
zijkalmeerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gekalmeerd
jijhad gekalmeerd
hijhad gekalmeerd
wijhadden gekalmeerd
julliehadden gekalmeerd
zijhadden gekalmeerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal kalmeren
jijzult kalmeren
hijzal kalmeren
wijzullen kalmeren
julliezullen kalmeren
zijzullen kalmeren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gekalmeerd hebben
jijzult gekalmeerd hebben
hijzal gekalmeerd hebben
wijzullen gekalmeerd hebben
julliezullen gekalmeerd hebben
zijzullen gekalmeerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou kalmeren
jijzou kalmeren
hijzou kalmeren
wijzouden kalmeren
julliezouden kalmeren
zijzouden kalmeren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gekalmeerd hebben
jijzou gekalmeerd hebben
hijzou gekalmeerd hebben
wijzouden gekalmeerd hebben
julliezouden gekalmeerd hebben
zijzouden gekalmeerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijkalmeer

Translations

  • appease, to make quiet; to calm; to reduce to a state of peace; to still; to pacify
  • calm, to make calm
  • calm, to become calm
  • lull, to cause to rest
  • placate, to calm
  • quiet, become quiet
  • quiet, cause someone to become quiet
  • settle, to calm
  • subside, to fall into a state of calm; to settle down; to become tranquil; to abate
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    afkoelen
    bedaren
    sussen
    temperen

    Antonyms

    sussen
    aanwakkeren, aanblazen, aansporen

    Sample Sentences

    Etymology

    From French calmer. By surface analysis, kalm + -eren. See: French 'calmer'.

    Additional Information