irriteren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of irriteren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: irriteren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: irriterend
Past participle - Verleden deelwoord: geïrriteerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikirriteer
jijirriteert
hijirriteert
wijirriteren
jullieirriteren
zijirriteren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geïrriteerd
jijhebt geïrriteerd
hijheeft geïrriteerd
wijhebben geïrriteerd
julliehebben geïrriteerd
zijhebben geïrriteerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikirriteerde
jijirriteerde
hijirriteerde
wijirriteerden
jullieirriteerden
zijirriteerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geïrriteerd
jijhad geïrriteerd
hijhad geïrriteerd
wijhadden geïrriteerd
julliehadden geïrriteerd
zijhadden geïrriteerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal irriteren
jijzult irriteren
hijzal irriteren
wijzullen irriteren
julliezullen irriteren
zijzullen irriteren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geïrriteerd hebben
jijzult geïrriteerd hebben
hijzal geïrriteerd hebben
wijzullen geïrriteerd hebben
julliezullen geïrriteerd hebben
zijzullen geïrriteerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou irriteren
jijzou irriteren
hijzou irriteren
wijzouden irriteren
julliezouden irriteren
zijzouden irriteren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geïrriteerd hebben
jijzou geïrriteerd hebben
hijzou geïrriteerd hebben
wijzouden geïrriteerd hebben
julliezouden geïrriteerd hebben
zijzouden geïrriteerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijirriteer

Translations

  • chafe, to be vexed; to fret; to be irritated
  • grate, to grate on one's nerves, irritate
  • irritate, to cause or induce displeasure or irritation
  • nettle, of the nettle plant etc., to sting causing a rash
  • nettle, to pique, irritate, vex or provoke someone
  • offend, to annoy, cause discomfort or resent
  • rankle, to cause irritation
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    Borrowed from Middle French irriter, from Latin irrītō. See: Latin 'irrītō'.

    Additional Information