omkomen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of omkomen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: omkomen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: omkomend
Past participle - Verleden deelwoord: omgekomen

Cognates

See the 2 cognates of omkomen

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikkom om
jijkomt om
hijkomt om
wijkomen om
julliekomen om
zijkomen om

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikben omgekomen
jijbent omgekomen
hijis omgekomen
wijzijn omgekomen
julliezijn omgekomen
zijzijn omgekomen

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikkwam om
jijkwam om
hijkwam om
wijkwamen om
julliekwamen om
zijkwamen om

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikwas omgekomen
jijwas omgekomen
hijwas omgekomen
wijwaren omgekomen
julliewaren omgekomen
zijwaren omgekomen

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal omkomen
jijzult omkomen
hijzal omkomen
wijzullen omkomen
julliezullen omkomen
zijzullen omkomen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal omgekomen zijn
jijzult omgekomen zijn
hijzal omgekomen zijn
wijzullen omgekomen zijn
julliezullen omgekomen zijn
zijzullen omgekomen zijn

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou omkomen
jijzou omkomen
hijzou omkomen
wijzouden omkomen
julliezouden omkomen
zijzouden omkomen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou omgekomen zijn
jijzou omgekomen zijn
hijzou omgekomen zijn
wijzouden omgekomen zijn
julliezouden omgekomen zijn
zijzouden omgekomen zijn

Imperative - Gebiedende wijs

jijkom om

Translations

  • perish, to decay and disappear; to waste away to nothing
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    sterven
    verongelukken
    verstrijken
    voorbijgaan

    Sample Sentences

    • [...] geval in groot aantal terugkomen, om mij op te eten; en al vonden zij mij niet, zouden zij toch mijne heining en al mijn graan vernielen, mijne kudde stelen, en ik zou ten laatste van honger moeten omkomen. (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch ommecomen (“to pass by, end, die”). Equivalent to om + komen. Cognate with Middle High German umbekomen (“to pass by, end, die”), whence modern German umkommen. Compare the phrase om het leven komen, and further ombrengen, om het leven brengen. Regarding the broader semantic use in both Middle Dutch and Middle High German, it is not certain that the short verbs are mere ellipses of the phrases with leven, though they have without doubt been influenced by them. See: Middle High German 'umbekomen', German, old spelling 'umkommen'.

    Verbs referencing "omkomen"

    German, old spelling umkommen.

    Additional Information