meten – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of meten

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: meten
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: metend
Past participle - Verleden deelwoord: gemeten

Cognates

See the 6 cognates of meten

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikmeet
jijmeet
hijmeet
wijmeten
julliemeten
zijmeten

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gemeten
jijhebt gemeten
hijheeft gemeten
wijhebben gemeten
julliehebben gemeten
zijhebben gemeten

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikmat
jijmat
hijmat
wijmaten
julliematen
zijmaten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gemeten
jijhad gemeten
hijhad gemeten
wijhadden gemeten
julliehadden gemeten
zijhadden gemeten

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal meten
jijzult meten
hijzal meten
wijzullen meten
julliezullen meten
zijzullen meten

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gemeten hebben
jijzult gemeten hebben
hijzal gemeten hebben
wijzullen gemeten hebben
julliezullen gemeten hebben
zijzullen gemeten hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou meten
jijzou meten
hijzou meten
wijzouden meten
julliezouden meten
zijzouden meten

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gemeten hebben
jijzou gemeten hebben
hijzou gemeten hebben
wijzouden gemeten hebben
julliezouden gemeten hebben
zijzouden gemeten hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijmeet

Verbs conjugated like 'meten'

meten, vergeten,

Verbs similar to 'meten'

eten, heten, meien, melen, menen, meren, mesten, moeten, weten, baten,

Translations

  • gauge, measure
  • measure, ascertain the quantity of a unit
  • measure, estimate the unit size
  • timestamp, record date and time of
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    bepalen
    opnemen, registreren
    afmeten
    afpassen

    Sample Sentences

    Etymology

    From Middle Dutch mēten, from Old Dutch metan, from Proto-West Germanic *metan, from Proto-Germanic *metaną. See: Proto-Germanic '*metaną'.

    Verbs referencing "meten"

    English mete, Estonian mõtlema, Luxembourgish miessen.

    Additional Information