mesten – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of mesten

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: mesten
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: mestend
Past participle - Verleden deelwoord: gemest

Cognates

See the 2 cognates of mesten

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikmest
jijmest
hijmest
wijmesten
julliemesten
zijmesten

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gemest
jijhebt gemest
hijheeft gemest
wijhebben gemest
julliehebben gemest
zijhebben gemest

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikmestte
jijmestte
hijmestte
wijmestten
julliemestten
zijmestten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gemest
jijhad gemest
hijhad gemest
wijhadden gemest
julliehadden gemest
zijhadden gemest

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal mesten
jijzult mesten
hijzal mesten
wijzullen mesten
julliezullen mesten
zijzullen mesten

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gemest hebben
jijzult gemest hebben
hijzal gemest hebben
wijzullen gemest hebben
julliezullen gemest hebben
zijzullen gemest hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou mesten
jijzou mesten
hijzou mesten
wijzouden mesten
julliezouden mesten
zijzouden mesten

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gemest hebben
jijzou gemest hebben
hijzou gemest hebben
wijzouden gemest hebben
julliezouden gemest hebben
zijzouden gemest hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijmest

Verbs similar to 'mesten'

masten, meten, testen, afmesten, bemesten, eten, feesten, fusten, gisten, heten,

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

  • Was ik nu zoo verstandig geweest, naar Hull terug en vandaar naar huis te gaan, ik ware gelukkig geweest, en mijn vader zou, even als die in de gelijkenis van den verloren zoon, zelfs het gemeste kalf geslagt hebben; want na gehoord te hebben dat het schip, waarop ik gegaan was, op de reede van Yarmouth was verbrijzeld, duurde het lang, alvorens hij vernam dat ik niet verdronken was. (Robinson Crusoe)

Etymology

From Middle Dutch mesten.

Verbs referencing "mesten"

Old English mæstan.

Additional Information