doorleven – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of doorleven

The word "doorleven" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: doorleven
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: doorlevend
Past participle - Verleden deelwoord: doorgeleefd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikleef door
jijleeft door
hijleeft door
wijleven door
jullieleven door
zijleven door

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb doorgeleefd
jijhebt doorgeleefd
hijheeft doorgeleefd
wijhebben doorgeleefd
julliehebben doorgeleefd
zijhebben doorgeleefd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikleefde door
jijleefde door
hijleefde door
wijleefden door
jullieleefden door
zijleefden door

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad doorgeleefd
jijhad doorgeleefd
hijhad doorgeleefd
wijhadden doorgeleefd
julliehadden doorgeleefd
zijhadden doorgeleefd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal doorleven
jijzult doorleven
hijzal doorleven
wijzullen doorleven
julliezullen doorleven
zijzullen doorleven

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal doorgeleefd hebben
jijzult doorgeleefd hebben
hijzal doorgeleefd hebben
wijzullen doorgeleefd hebben
julliezullen doorgeleefd hebben
zijzullen doorgeleefd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou doorleven
jijzou doorleven
hijzou doorleven
wijzouden doorleven
julliezouden doorleven
zijzouden doorleven

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou doorgeleefd hebben
jijzou doorgeleefd hebben
hijzou doorgeleefd hebben
wijzouden doorgeleefd hebben
julliezouden doorgeleefd hebben
zijzouden doorgeleefd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijleef door

Verbs conjugated like 'doorleven'

aandraven, aaneenkleven, aanschaven, afroven, afschaven, afsloven, beleven, beloven, beroven, beschaven, beven, dichtreven, doven, draven, geloven, kleven, kloven, laven, leven, loven, etc. (List truncated at 20 verbs)

Verbs similar to 'doorleven'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Additional Information