afgeven – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of afgeven

The word "afgeven" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: afgeven
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: afgevend
Past participle - Verleden deelwoord: afgeefd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikgeef af
jijgeeft af
hijgeeft af
wijgeven af
julliegeven af
zijgeven af

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb afgeefd
jijhebt afgeefd
hijheeft afgeefd
wijhebben afgeefd
julliehebben afgeefd
zijhebben afgeefd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikgeefde af
jijgeefde af
hijgeefde af
wijgeefden af
julliegeefden af
zijgeefden af

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad afgeefd
jijhad afgeefd
hijhad afgeefd
wijhadden afgeefd
julliehadden afgeefd
zijhadden afgeefd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal afgeven
jijzult afgeven
hijzal afgeven
wijzullen afgeven
julliezullen afgeven
zijzullen afgeven

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal afgeefd hebben
jijzult afgeefd hebben
hijzal afgeefd hebben
wijzullen afgeefd hebben
julliezullen afgeefd hebben
zijzullen afgeefd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou afgeven
jijzou afgeven
hijzou afgeven
wijzouden afgeven
julliezouden afgeven
zijzouden afgeven

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou afgeefd hebben
jijzou afgeefd hebben
hijzou afgeefd hebben
wijzouden afgeefd hebben
julliezouden afgeefd hebben
zijzouden afgeefd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijgeef af

Verbs conjugated like 'afgeven'

aandraven, aaneenkleven, aanschaven, afroven, afschaven, afsloven, beleven, beloven, beroven, beschaven, beven, dichtreven, doven, draven, geloven, kleven, kloven, laven, leven, loven, etc. (List truncated at 20 verbs)

Verbs similar to 'afgeven'

Translations

  • emit, to send out or give off
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    From Middle Dutch avegeven, from Proto-Germanic *abagebaną; equivalent to af + geven.

    Additional Information