aangeven – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of aangeven

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: aangeven
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: aangevend
Past participle - Verleden deelwoord: aangeven

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikgeef aan
jijgeeft aan
hijgeeft aan
wijgeven aan
julliegeven aan
zijgeven aan

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb aangeven
jijhebt aangeven
hijheeft aangeven
wijhebben aangeven
julliehebben aangeven
zijhebben aangeven

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikgaf aan
jijgaf aan
hijgaf aan
wijgaven aan
julliegaven aan
zijgaven aan

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad aangeven
jijhad aangeven
hijhad aangeven
wijhadden aangeven
julliehadden aangeven
zijhadden aangeven

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal aangeven
jijzult aangeven
hijzal aangeven
wijzullen aangeven
julliezullen aangeven
zijzullen aangeven

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal aangeven hebben
jijzult aangeven hebben
hijzal aangeven hebben
wijzullen aangeven hebben
julliezullen aangeven hebben
zijzullen aangeven hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou aangeven
jijzou aangeven
hijzou aangeven
wijzouden aangeven
julliezouden aangeven
zijzouden aangeven

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou aangeven hebben
jijzou aangeven hebben
hijzou aangeven hebben
wijzouden aangeven hebben
julliezouden aangeven hebben
zijzouden aangeven hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijgeef aan

Translations

  • declare, To make outstanding debts, e.g. taxes, payable.
  • denote, to indicate, mark
  • indicate, to show or manifest by symptoms
  • indicate, to signal in a vehicle the desire to turn right or left
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    aanreiken
    overgeven, overhandigen, toesteken
    aanbrengen
    denunciëren, verlinken, verraden
    aanduiden
    schetsen
    inschrijven
    melden, registreren

    Antonyms

    inschrijven
    uitschrijven, schrappen

    Sample Sentences

    • Kun je me het zout aangeven? (Can you hand me the salt?)
    • Ze gaf hem het document aan. (She passed him the document.)
    • Ik zal je de sleutels aangeven als je klaar bent. (I'll hand you the keys when you're ready.)
    • Kun je aangeven waar het postkantoor is? (Can you point out where the post office is?)
    • De gids gaf de historische sites aan tijdens de rondleiding. (The guide indicated the historical sites during the tour.)
    • De kaart geeft de locatie van het hotel aan. (The map indicates the location of the hotel.)
    • Je moet je inkomen aangeven bij de belastingdienst. (You have to declare your income to the tax authorities.)
    • Ze gaf het gestolen item aan bij de politie. (She reported the stolen item to the police.)
    • De kapitein gaf het ongeluk onmiddellijk aan. (The captain notified of the accident immediately.)
    • Kun je aangeven hoe je je voelt? (Can you express how you feel?)
    • De directeur gaf zijn visie aan tijdens de vergadering. (The director stated his vision during the meeting.)
    • Hij gaf duidelijk aan dat hij niet blij was met het resultaat. (He indicated clearly that he was not happy with the result.)

    Etymology

    From Middle Dutch aengeven. Equivalent to aan + geven.

    Additional Information