verlinken – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of verlinken

The word "verlinken" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: verlinken
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: verlinkend
Past participle - Verleden deelwoord: verlinkt

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikverlink
jijverlinkt
hijverlinkt
wijverlinken
jullieverlinken
zijverlinken

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb verlinkt
jijhebt verlinkt
hijheeft verlinkt
wijhebben verlinkt
julliehebben verlinkt
zijhebben verlinkt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikverlinkte
jijverlinkte
hijverlinkte
wijverlinkten
jullieverlinkten
zijverlinkten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad verlinkt
jijhad verlinkt
hijhad verlinkt
wijhadden verlinkt
julliehadden verlinkt
zijhadden verlinkt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal verlinken
jijzult verlinken
hijzal verlinken
wijzullen verlinken
julliezullen verlinken
zijzullen verlinken

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal verlinkt hebben
jijzult verlinkt hebben
hijzal verlinkt hebben
wijzullen verlinkt hebben
julliezullen verlinkt hebben
zijzullen verlinkt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou verlinken
jijzou verlinken
hijzou verlinken
wijzouden verlinken
julliezouden verlinken
zijzouden verlinken

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou verlinkt hebben
jijzou verlinkt hebben
hijzou verlinkt hebben
wijzouden verlinkt hebben
julliezouden verlinkt hebben
zijzouden verlinkt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijverlink

Verbs similar to 'verlinken'

Translations

  • snitch, inform on
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    Additional Information