vreten – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of vreten

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: vreten
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: vretend
Past participle - Verleden deelwoord: gevreten

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikvreet
jijvreet
hijvreet
wijvreten
jullievreten
zijvreten

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gevreten
jijhebt gevreten
hijheeft gevreten
wijhebben gevreten
julliehebben gevreten
zijhebben gevreten

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikvrat
jijvrat
hijvrat
wijvraten
jullievraten
zijvraten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gevreten
jijhad gevreten
hijhad gevreten
wijhadden gevreten
julliehadden gevreten
zijhadden gevreten

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal vreten
jijzult vreten
hijzal vreten
wijzullen vreten
julliezullen vreten
zijzullen vreten

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gevreten hebben
jijzult gevreten hebben
hijzal gevreten hebben
wijzullen gevreten hebben
julliezullen gevreten hebben
zijzullen gevreten hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou vreten
jijzou vreten
hijzou vreten
wijzouden vreten
julliezouden vreten
zijzouden vreten

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gevreten hebben
jijzou gevreten hebben
hijzou gevreten hebben
wijzouden gevreten hebben
julliezouden gevreten hebben
zijzouden gevreten hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijvreet

Verbs conjugated like 'vreten'

aantreden, aftreden, optreden, overtreden, treden, vreten,

Verbs similar to 'vreten'

vrezen, boeten, breken, eten, fretten, gieten, groeten, heten, meten, moeten,

Translations

  • devour, to eat greedily
  • eat, colloquial: cause to worry
  • fret, to consume, devour
  • stuff, to eat in a hearty or greedy manner
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    bikken
    bunkeren, eten, schransen, schrokken
    dwarszitten
    knagen

    Sample Sentences

    Etymology

    From Middle Dutch vrēten, from Old Dutch *fretan, from Proto-West Germanic *fraetan, from Proto-Germanic *fraetaną. Corresponds to ver- + eten and thus represents a doublet of vereten. See: Proto-Germanic '*fraetaną'.

    Verbs referencing "vreten"

    English fret, German, old spelling fressen, Afrikaans vreet, Luxembourgish friessen.

    Additional Information