vooruitgaan – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of vooruitgaan

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: vooruitgaan
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: vooruitgaand
Past participle - Verleden deelwoord: vooruitgegaan

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikga vooruit
jijgaat vooruit
hijgaat vooruit
wijgaan vooruit
julliegaan vooruit
zijgaan vooruit

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikben vooruitgegaan
jijbent vooruitgegaan
hijis vooruitgegaan
wijzijn vooruitgegaan
julliezijn vooruitgegaan
zijzijn vooruitgegaan

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikging vooruit
jijging vooruit
hijging vooruit
wijgingen vooruit
julliegingen vooruit
zijgingen vooruit

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikwas vooruitgegaan
jijwas vooruitgegaan
hijwas vooruitgegaan
wijwaren vooruitgegaan
julliewaren vooruitgegaan
zijwaren vooruitgegaan

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal vooruitgaan
jijzult vooruitgaan
hijzal vooruitgaan
wijzullen vooruitgaan
julliezullen vooruitgaan
zijzullen vooruitgaan

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal vooruitgegaan zijn
jijzult vooruitgegaan zijn
hijzal vooruitgegaan zijn
wijzullen vooruitgegaan zijn
julliezullen vooruitgegaan zijn
zijzullen vooruitgegaan zijn

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou vooruitgaan
jijzou vooruitgaan
hijzou vooruitgaan
wijzouden vooruitgaan
julliezouden vooruitgaan
zijzouden vooruitgaan

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou vooruitgegaan zijn
jijzou vooruitgegaan zijn
hijzou vooruitgegaan zijn
wijzouden vooruitgegaan zijn
julliezouden vooruitgegaan zijn
zijzouden vooruitgegaan zijn

Imperative - Gebiedende wijs

jijga vooruit

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

  • [...] te gaan, dan kon ik in den tijd, dien ik thans op het eiland had doorgebragt, een der aanzienlijkste planters van Brazilië geweest zijn, ja, ik ben overtuigd, dat ik, naar de wijze, waarop ik reeds vooruitgegaan was, ik thans ligtelijk honderdduizend moidores rijk had kunnen zijn. Wat behoefde ik ook eene winstgevende zaak, een goed ingerigte plantaadje te verlaten, om als supercargo naar de kust van Guinea [...] (Robinson Crusoe)
  • [...] eene kanoe gesprongen, en nog drie begaven zich ook daarheen. Ik keerde mij naar Vrijdag, gelastte hem verder te gaan en op hen vuur te geven. Hij begreep mij dadelijk, en ongeveer veertig schreden vooruitgaande, om te digter bij hen te zijn, gaf hij vuur op hen, en ik meende, dat hij hen allen gedood had; want ik zag ze allen over elkander in de boot tuimelen, doch twee hunner stonden spoedig weder op. Hij [...] (Robinson Crusoe)

Etymology

From vooruit (“forward”) + gaan (“to go”).

Additional Information