veronderstellen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of veronderstellen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: veronderstellen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: veronderstellend
Past participle - Verleden deelwoord: verondersteld

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikveronderstel
jijveronderstelt
hijveronderstelt
wijveronderstellen
jullieveronderstellen
zijveronderstellen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb verondersteld
jijhebt verondersteld
hijheeft verondersteld
wijhebben verondersteld
julliehebben verondersteld
zijhebben verondersteld

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikveronderstelde
jijveronderstelde
hijveronderstelde
wijveronderstelden
jullieveronderstelden
zijveronderstelden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad verondersteld
jijhad verondersteld
hijhad verondersteld
wijhadden verondersteld
julliehadden verondersteld
zijhadden verondersteld

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal veronderstellen
jijzult veronderstellen
hijzal veronderstellen
wijzullen veronderstellen
julliezullen veronderstellen
zijzullen veronderstellen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal verondersteld hebben
jijzult verondersteld hebben
hijzal verondersteld hebben
wijzullen verondersteld hebben
julliezullen verondersteld hebben
zijzullen verondersteld hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou veronderstellen
jijzou veronderstellen
hijzou veronderstellen
wijzouden veronderstellen
julliezouden veronderstellen
zijzouden veronderstellen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou verondersteld hebben
jijzou verondersteld hebben
hijzou verondersteld hebben
wijzouden verondersteld hebben
julliezouden verondersteld hebben
zijzouden verondersteld hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijveronderstel

Translations

  • assume, to suppose to be true
  • conjecture, to guess
  • guess, to reach an unqualified conclusion
  • imagine, (transitive) to assume
  • presume, to assume to be true, suppose
  • reckon, colloquial: to conclude, as by an enumeration and balancing of chances; hence, to think; to suppose
  • suppose, conclude; believe
  • suppose, theorize; hypothesize
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    aannemen
    stellen
    geloven
    aannemen, denken, menen
    menen
    denken, oordelen, vermoeden
    postuleren
    aannemen
    rekenen
    aannemen
    speculeren
    gissen, raden
    stellen
    aannemen
    zeggen
    aannemen

    Sample Sentences

    Etymology

    Blend of vermoeden + onderstellen from onder- + stellen, calque of Latin suppōnō. Compare German unterstellen (“to assume, to allege”). See: Latin 'suppōnō', German, old spelling 'unterstellen'.

    Additional Information