oordelen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of oordelen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: oordelen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: oordelend
Past participle - Verleden deelwoord: geoordeeld

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikoordeel
jijoordeelt
hijoordeelt
wijoordelen
jullieoordelen
zijoordelen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geoordeeld
jijhebt geoordeeld
hijheeft geoordeeld
wijhebben geoordeeld
julliehebben geoordeeld
zijhebben geoordeeld

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikoordeelde
jijoordeelde
hijoordeelde
wijoordeelden
jullieoordeelden
zijoordeelden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geoordeeld
jijhad geoordeeld
hijhad geoordeeld
wijhadden geoordeeld
julliehadden geoordeeld
zijhadden geoordeeld

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal oordelen
jijzult oordelen
hijzal oordelen
wijzullen oordelen
julliezullen oordelen
zijzullen oordelen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geoordeeld hebben
jijzult geoordeeld hebben
hijzal geoordeeld hebben
wijzullen geoordeeld hebben
julliezullen geoordeeld hebben
zijzullen geoordeeld hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou oordelen
jijzou oordelen
hijzou oordelen
wijzouden oordelen
julliezouden oordelen
zijzouden oordelen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geoordeeld hebben
jijzou geoordeeld hebben
hijzou geoordeeld hebben
wijzouden geoordeeld hebben
julliezouden geoordeeld hebben
zijzouden geoordeeld hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijoordeel

Translations

Synonyms & Antonyms

Synonyms

achten
beschouwen, keuren, menen

Sample Sentences

  • [...] beschermd was, achtte ik het voor zeker, dat, zoo er eenig volk aan het strand kwam, zij niets, wat naar eene woning geleek, zouden bemerken; en een merkwaardig geval bewees naderhand, dat ik wel geoordeeld had. (Robinson Crusoe)
  • [...] van het begin tot het einde, zoo vlak en effen als eene plank, en keerde toen hem om, en bewerkte de andere zijde even zoo, tot ik een plank van drie duim dik had, die aan beide zijden vlak was. Men oordeele welk een arbeid dit was; maar geduld en vlijt hielpen mij dit en vele andere dingen verrigten. Ik voer dit aan ten bewijze, waarom een zoo gering werk mij zoo veel tijd kostte. Hetgeen met hulp van [...] (Robinson Crusoe)
  • [...] en het aan anderen geschonken had, en toch van allen gelijke pligten vorderde. Maar ik bedwong ten laatste mijne overwegingen door de bedenking, dat ik niet wist naar welken maatstaf zijlieden geoordeeld zouden worden; maar dat, daar God noodwendig en door de natuur van zijn wezen, oneindig heilig en regtvaardig was, zoo deze schepselen veroordeeld zouden worden, dat zij zich van hem verwijderd [...] (Robinson Crusoe)
  • Ik vroeg den kapitein of hij met dit volk het durfde wagen het schip te enteren, want dat ik het best oordeelde, dat ik en mijn knecht Vrijdag niet medegingen, omdat zij zeven man hier achterlieten en wij genoeg te doen hadden met hen gescheiden te houden en van levensmiddelen te voorzien. Wat aangaat de vijf [...] (Robinson Crusoe)

Etymology

From oordeel + -en.

Additional Information