voorstellen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of voorstellen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: voorstellen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: voorstellend
Past participle - Verleden deelwoord: voorgesteld

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikstel voor
jijstelt voor
hijstelt voor
wijstellen voor
julliestellen voor
zijstellen voor

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb voorgesteld
jijhebt voorgesteld
hijheeft voorgesteld
wijhebben voorgesteld
julliehebben voorgesteld
zijhebben voorgesteld

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikstelde voor
jijstelde voor
hijstelde voor
wijstelden voor
julliestelden voor
zijstelden voor

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad voorgesteld
jijhad voorgesteld
hijhad voorgesteld
wijhadden voorgesteld
julliehadden voorgesteld
zijhadden voorgesteld

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal voorstellen
jijzult voorstellen
hijzal voorstellen
wijzullen voorstellen
julliezullen voorstellen
zijzullen voorstellen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal voorgesteld hebben
jijzult voorgesteld hebben
hijzal voorgesteld hebben
wijzullen voorgesteld hebben
julliezullen voorgesteld hebben
zijzullen voorgesteld hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou voorstellen
jijzou voorstellen
hijzou voorstellen
wijzouden voorstellen
julliezouden voorstellen
zijzouden voorstellen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou voorgesteld hebben
jijzou voorgesteld hebben
hijzou voorgesteld hebben
wijzouden voorgesteld hebben
julliezouden voorgesteld hebben
zijzouden voorgesteld hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijstel voor

Translations

  • counsel, to recommend
  • float, to propose for consideration
  • imagine, (transitive) to form a mental image of something
  • imagine, (transitive) to believe
  • imagine, (transitive) to conjecture
  • introduce, to cause someone to be acquainted
  • introduce, to make something or someone known by formal announcement or recommendation
  • move, to propose; to recommend
  • offer, propose
  • offer, place at disposal
  • present, bring into the presence of
  • propose, propose
  • propose, to suggest a plan or course of action
  • recommend, to recommend
  • represent, to present again or anew
  • represent, to portray by mimicry or action of any kind
  • represent, to serve as a sign or symbol of
  • suggest, to recommend
  • suggest, to ask for without demanding
  • treat, to discourse, conduct a discussion
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    introduceren
    presenteren
    betekenen
    inhouden, verbeelden
    inbeelden
    indenken

    Sample Sentences

    • Men kan zich ligt voorstellen in welken toestand ik was, terwijl dit alles voorviel; ik, pas op zee gekomen, en die zoo kort geleden zoo veel angst had uitgestaan. Doch, bijaldien ik na een zoo lang tijdverloop, de denkbeelden, [...] (Robinson Crusoe)
    • Hij, die aan den voet van het schavot pardon erlangt, of die onverwachts uit de opgeheven dolken van moordenaars gered wordt, kan zich mijne tegenwoordige vreugde voorstellen, en hoe gretig ik mijne boot in deze tegenstrooming bragt, hoe vrolijk ik, daar de wind ook aanwakkerde, mijn zeil bijzette, en aldus door wind en stroom naar het land aanhield. (Robinson Crusoe)
    • [...] minder dan twintig dagen te Pampeluna, toen ik, ziende dat de winter inviel en er geene waarschijnlijkheid op zachter weder was (want strenger winter had men in vele jaren in Europa niet vernomen ) voorstelde dat wij allen naar Fontarabia zouden gaan, en ons daar inschepen naar Bordeaux, dat een korte reis was. Toen wij echter hierover beraadslaagden, kwamen er vier Fransche heeren aan, die aan de [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch vorestellen. Equivalent to voor + stellen.

    Verbs referencing "voorstellen"

    German, old spelling vorstellen.

    Additional Information