Nominal Forms
Infinitive - Onbepaalde wijs: troosten
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: troostend
Past participle - Verleden deelwoord: getroost
Indicative - Aantonende wijs
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
| ik | troost |
| jij | troost |
| hij | troost |
| wij | troosten |
| jullie | troosten |
| zij | troosten |
Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
| ik | heb getroost |
| jij | hebt getroost |
| hij | heeft getroost |
| wij | hebben getroost |
| jullie | hebben getroost |
| zij | hebben getroost |
Past
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
| ik | troostte |
| jij | troostte |
| hij | troostte |
| wij | troostten |
| jullie | troostten |
| zij | troostten |
Past Perfect
Voltooid verleden tijd [v v t]
| ik | had getroost |
| jij | had getroost |
| hij | had getroost |
| wij | hadden getroost |
| jullie | hadden getroost |
| zij | hadden getroost |
Future
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
| ik | zal troosten |
| jij | zult troosten |
| hij | zal troosten |
| wij | zullen troosten |
| jullie | zullen troosten |
| zij | zullen troosten |
Future Perfect
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
| ik | zal getroost hebben |
| jij | zult getroost hebben |
| hij | zal getroost hebben |
| wij | zullen getroost hebben |
| jullie | zullen getroost hebben |
| zij | zullen getroost hebben |
Conditional
Imperfect
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
| ik | zou troosten |
| jij | zou troosten |
| hij | zou troosten |
| wij | zouden troosten |
| jullie | zouden troosten |
| zij | zouden troosten |
Perfect
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
| ik | zou getroost hebben |
| jij | zou getroost hebben |
| hij | zou getroost hebben |
| wij | zouden getroost hebben |
| jullie | zouden getroost hebben |
| zij | zouden getroost hebben |
Imperative - Gebiedende wijs
Verbs conjugated like 'troosten'
aanboeken,
aaneenkoeken,
aangrinniken,
aanharken,
aanjanken,
aanjuichen,
aankalken,
aanlijken,
aanlonken,
aanmerken,
aanreiken,
aanstuiken,
aanvonken,
aanwenken,
aanwerken,
afchecken,
afdanken,
afharken,
afkalken,
afkicken, etc. (List truncated at 20 verbs)
Verbs similar to 'troosten'
fronsen,
groeten,
hoesten,
kosten,
krotten,
oogsten,
posten,
roosteren,
rusten,
strooien,
Sample Sentences
-
[...] te zullen hebben. Bij deze droevige lotwisseling, van een koopman in een armen slaaf, was ik als verplet; en thans herinnerde ik mij mijns vaders voorzegging dat ik ongelukkig worden, en niemand mij troosten zou. Ik dacht, dat dit oogenblik thans gekomen en de straffende hand des Hemels op mij lag. Helaas, het was slechts eene voorproef van de ellende die mij in ' t vervolg te wachten stond.
(Robinson Crusoe)
-
[...] tent bereikt, waar ik met al mijn goed zeer veilig lag. Het stormde den geheelen nacht door, en toen ik den volgenden morgen uitzag, was er geen schip meer te zien ! Ik stond eenigzins verrast, maar troostte mij met de gedachte, dat ik geen tijd noch vlijt verloren had, om alles er uit te halen wat mij van nut kon zijn; en dat er inderdaad weinig in overgebleven was, wat ik nog aan wal had kunnen [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] hebben, maar wel om mijne gedachten, die daar dagelijks op gevestigd waren en mijn geest neêrdrukten, lucht te geven, en dewijl de rede thans bij mij de overhand begon te krijgen, begon ik mij te troosten zoo goed ik kon en plaatste het goede tegenover het kwade, om mijn toestand van een nog ergeren te onderscheiden. Ik stelde dan zeer onpartijdig, als debiteur en crediteur, het goede, dat ik genoot, [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] gemis van eenig kwaad, hetzij, om het bezit van eenig goed, dankbaar moet zijn. Volgens mijne ervaring van een der bedroevendste toestanden in de wereld, vinden wij er altoos iets in, om ons mede te troosten, en bij onze overweging van denzelven, op de creditzijde te plaatsen.
(Robinson Crusoe)
-
Na op deze wijze mij eenigzins in mijn toestand getroost te hebben, staarde ik niet meer zoo onophoudelijk zeewaarts, of ik een schip kon zien; maar begon mij het leven zoo aangenaam als mogelijk te maken. Reeds heb ik mijne woning beschreven, die eene [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] der maatschappij en van al de genoegens der wereld, en mij het gebrek aan menschelijken omgang vergoedde door zijne tegenwoordigheid, en de uitstorting zijner genade op mijne ziel, mij steunende, troostende en bemoedigende door op zijne Voorzienigheid hier, en op zijn eeuwig bijzijn hier namaals te hopen.
(Robinson Crusoe)
-
[...] gerustheid, door God in mijne bedruktheid aan te roepen, en gelijk vroeger, mijne verdediging en bevrijding van Hem te verwachten. Zoo ik dit gedaan had, zou ik dit nieuwe ongeval moediger en meer getroost hebben gedragen.
(Robinson Crusoe)
-
[...] Lissabonsche koopman aan zijn correspondent in Londen te doen schrijven, haar op te zoeken, en haar niet een wissel, maar honderd pond in geld te brengen, haar te gaan spreken en in hare armoede te troosten, door haar te zeggen, dat zij, zoo lang ik leefde, onderstand van mij zou ontvangen. Tegelijker tijd zond ik honderd pond aan ieder van mijne zusters, die, ofschoon niet behoeftig, toch in geene [...]
(Robinson Crusoe)
Etymology
From Middle Dutch trôosten, from Old Dutch trōsten, from Proto-Germanic *traustijaną. Cognate with German trösten. See: Proto-Germanic '
*traustijaną', German, old spelling '
trösten'.
Verbs referencing "troosten"
Luxembourgish
tréischten.
Additional Information